Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komstig art. 5 is ingeschreven, met inachtneming van de bestaande voorschriften, voor de onverwijlde aanvrage van inschrijving aan het Internationaal Bureau te Bern en deelt al hetgeen door laatstgenoemd Bureau betreffende het merk te zijner kennis wordt gebracht en voor den inzender van belang kan

worden geacht, aan dezen mede. .

4 Wordt het merk, ingevolge art. 4 ingezonden, niet overeenkomstig art. 5 ingeschreven, dan geeft het Bureau voor den industrieelen eigendom aan den inzender kennis, dat ook de aanvrage van inschrijving aan het Internationaal Bureau te Bern voorshands niet kan volgen. ...

r Bij de inzending is voor één merk een bedrag van zestig gulden te voldoen, voor elk volgend merk, gelijktijdig met het eerste en door of namens denzelfden inzender ingezonden, een bedrag van dertig gulden. In geen geval geschiedt teruggave van hetgeen dienovereenkomstig is betaald.

Artikel 8.

I.

T"\ Dnrooii irnnr rl inHimtri'eplpn eic-endom wordt, behoudens

1 , UUUl lltl i»uiv.au VW1 — —— —O ; '

het bepaalde bij art. 9, zoo spoedig mogelijk, althans binnen een maand na de ontvangst vanwege het Internationaal Bureau te Bern van de bekendmaking voorgeschreven bij art. 3 der voormelde gewijzigde overeenkomst van Madrid, het merk, waarop die bekendmaking betrekking heeft, ingeschreven in het daartoe bestemde openbare register, waarvan het model door den Minister met de uitvoering van deze wet belast wordt vastgesteld.

2. De ontvangen bekendmaking wordt gewaarmerkt met bijvoeging van de dagteekening en het nummer waaronder de inschrijving in het register plaats heeft.

3. Indien het internationaal ingeschreven merk overeenkomstig art. 7 aan het Bureau voor den industrieelen eigendom was ingezonden, geeft dit aan den inzender zoodra mogelijk bericht van de internationale inschrijving en een gedagteekend bewijs van de inschrijving in het eerste lid van dit artikel bedoeld.

4. Aan genoemd Bureau wordt het blad Les Marqués Internationales van het Internationaal Bureau te Bern, waarin de aankondiging van de internationaal ingeschreven merken is opgenomen, algemeen verkrijgbaar gesteld.

5. Telkens geschiedt van die verkrijgbaarstelling mededeeling in de in artikel 6 bedoelde afzonderlijke afleveringen van het daar vermelde blad.

Artikel 9.

1. Indien het ingevolge art. 4 ingezonden merk of het bij art. 8 bedoeld buitenlandsch merk geheel of in hoofdzaak overeenstemt met dat, hetwelk voor dezelfde soort van waren ten name van een ander is ingeschreven of door een ander vroeger is ingezonden, of indien het in strijd is met de bepaling van het voorlaatste lid van art. 4, kan het Bureau voor den industrieelen eigendom de inschrijving weigeren, waarvan het schriftelijk onder opgaaf van redenen, zoo spoedig mogelijk kennis geeft, binnen veertien dagen na den dag der ontvangst van het merk aan den inzender, of binnen een maand na dien der ontvangst van de in artikel 8 bedoelde bekendmaking aan het Internationaal Bureau te Bern.

2. De Minister met de uitvoering van deze wet belast, kan den in het eerste lid van de artikelen 5, 8 en 9 genoemden termijn op voorstel van den Directeur van het Bureau voor den industrieelen eigendom verlengen tot ten hoogste drie maanden.

3. De inzender ingevolge art. 4 of de inzender van het bij art. 8 bedoelde merk kan zich bij door hem of zijn gemachtigde onderteekend verzoekschrift tot de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage wenden, teneinde de inschrijving worde bevolen. De inzender ingevolge art. 4 doet dit binnen één maand, die van het bij art. 8 bedoelde merk binnen zes maanden na die kennisgeving.

Sluiten