Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor wat betreft merken overeenkomstig art. 8 ingeschreven, nadat van het Internationaal Bureau te Bern bericht van de aanteekening aldaar van den overgang zal zijn ontvangen.

4. Voor kosten van aanteekening van den overgang van een merk, overeenkomstig art. 5 ingeschreven, is een bedrag van vijf gulden verschuldigd, bij het verzoek tot die aanteekening te voldoen.

Artikel 21.

1. Van het vervallen van de kracht der inschrijving, gelijk mede van het verzoek om aanteekening van den overgang, van een internationaal ingeschreven merk, dat overeenkomstig art. 7 a^n het Bureau voor den industrieelen eigendom was ingezonden, geeft dit onverwijld kennis aan het Internationaal Bureau te Bern. .

2. Geen aanteekening van den overgang van zoodanig merk heelt plaats, indien die overgang geschiedde aan iemand, geen Nederlander zijnde, die niet woont in een der staten, toegetreden tot de voormelde overeenkomst van Madrid, of niet aldaar heeft eene inrichting van nijverheid of handel, te goeder trouw opgericht en werkelijk dienende tot het uitoefenen van nijverheid of handel.

III. Overgangs- en Slotbepalingen.

Artikel 22.

1. De merken, die op het tijdstip van het in werking treden dezer wet reeds overeenkomstig de voorschriften der wet van 25 Mei 1880 (Staatsblad No. 85), zooals die gewijzigd is bij de wet van 22 Juli 1885 (Staatsblad No. 14°)» zlJn ingeschreven, genieten dezelfde bescherming als waren zij overeenkomstig deze wet ingeschreven. De twintig jaren, bedoeld in art. 18, 2°., beginnen voor die merken te loopen van den dag, waarop de inschrijving ingevolge eerstgenoemde wet geschiedde.

2. Voor de toepassing van art. 7 dezer wet worden die merken geacht overeenkomstig art. 4 te zijn ingezonden.

Artikel 23.

1. Een merk, op het tijdstip van het in werking treden dezer wet reeds door den griffier eener rechtbank aangeteekend, wordt, op schriftelijke aanvrage van den inzender, mits vóór 1 April 1905 gedaan, door het Bureau voor den industrieelen eigendom onverwijld ingeschreven in het art. 5 bedoelde openbare register, behoudens het bepaalde bij art. 9.

2. Op zoodanig merk zijn toepasselijk art. 5, tweede en derde lid, art. b, eerste en tweede lid, en de verdere artikelen dezer wet, met dien verstande echter dat: , i". wat art. 6 betreft, alleen dan in de openbaarmaking de afbeelding van net

merk wordt opgenomen, indien bij de aanvrage om inschrijving een cliché is overgelegd, beantwoordende aan de bij art. 4 gestelde eischen, welk cliché na gemaakt gebruik aan den inzender desverlangd wordt teruggegeven;

2°. wat art. 7 betreft, het merk geacht wordt overeenkomstig art. 4 te zijn

ingezonden; .... • 1 rj

3°. weigering van eene vóór 1 April 1905 gevraagde inschrijving niet geoorlootd en een verzoek of eene vordering tot nietigverklaring van de inschrijving niet ontvankelijk is.

Artikel 24.

1. Van de bij art. 15, eerste en tweede lid, bedoelde beschikkingen van de rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravfenhage en van den Hoogen Raad en

Sluiten