Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4.

1. De beroepsvereenigingen, die zich het in artikel één vermeld recht willen ten nutte maken, bepalen in hun statuten en reglementen de voorwaarden, waaraan het gebruiken van het merk wordt onderworpen; terzelfder tijd worden de controolmaatregelen voorgeschreven.

2. Zoo het gaat om een door een administratieve overheid neergelegd merk, wordt het reglement door bedoelde overheid opgemaakt.

Artikel 5.

1 De beroepsvereeniging legt een in drievoud opgemaakt model neer van het merk ter griffie van de Handelsrechtbank, te Brussel. Een afschrift van de statuten en de reglementen wordt ter griffie neergelegd ; een ander afschrift wordt overgemaakt aan het Ministerie van Arbeid en Nijverheid.

2. Voor elk neergelegd gemeenschappelijk merk wordt een belasting van

^ q. Wijzigingen worden in voorkomend geval onder dezelfde voorwaarden

Artikel 6.

1. De beroepsvereeniging is alleen titularis van het merk.

2. Zij mag aan geen andere personen dan aan de bij haar aangesloten voortbrengers en handelaars toelaten het merk te benuttigen.

3. Het is haar ook verboden, welke overdracht of afstand ook te doen van het merk, zelfs niet wanneer het niet meer zou worden gebruikt.

Artikel 7.

1. Het recht van in rechte op te treden voor de bescherming van het merk wordt aan de beroepsvereeniging voorbehouden.

2 Nochtans mogen de statuten of reglementen aan de leden het recht verleenen persoonlijk te handelen, zich bij de gemeenschappelijke rechtvordering te voegen of in haar geding tusschen te komen.

Artikel 8.

1. De nietigverklaring van een gemeenschappelijk merk mag worden uitgesproken op verzoek van het Openbaar Ministerie of van iederen belang-

hebbende: , , .. ,

i°. Wanneer de beroepsvereeniging ophoudt te bestaan of wanneer zij haar

rechtspersoonlijkheid verliest;

2°. Wanneer zij de bepalingen van deze wet niet naleeft;

<2° Wanneer zij, strijdig met de bepalingen, het merk heeft laten benutten ot gehandeld heeft strijdig met haar doel of met het openbaar nut.

2. De rechtsvordering strekkende tot nietigverklaring van het merk dient aanhangig gemaakt voor de Rechtbank van Eersten Aanleg te Brussel.

3. De beslissing wordt in kantteekening aangeduid op de deponeenngsacte overeenkomstig wat voorgeschreven is voor de fabrieksmerken.

4. Het nietigverklaard merk mag onder geen voorwendsel door iemand worden gebruikt.

Artikel 9.

1. Vreemde collectiviteiten worden tot deze wet gerechtigd gemaakt op voorwaarde:

i°. dat zij de rechtspersoonlijkheid genieten;

2°. dat hun merk worde beschermd door het land waar zij hun zetel hebben, 30. dat het rijk waartoe ze behooren een wederkeerig verdrag met België hebbe

2? Onder dezelfde voorwaarden mogen vreemde openbare administraties zich beroepen op deze wet.

Sluiten