Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

Aan de belangen der electriciteitsvoorziening kan niet ten volle recht wedervaren, wanneer deze zijn toevertrouwd aan een zuiver publiekrechtelijk lichaam.

VIII

De opvatting van den Hoogen Raad, dat bij de vaststelling der schadevergoeding in een onteigeningsprocedure op de werkelijke waarde van het onteigende goed niet in mindering mag worden gebracht de meerdere waarde, welke voor het niet onteigende gedeelte het gevolg is van de onteigening, kan een bevoordeeling van de onteigende partij beteekenen, die niet alleen ongemotiveerd is, maar die bovendien niet in overeenstemming is met de bedoeling van de onteigeningswet.

IX

De bepaling van art. 622, lid 2 B. Rv., inhoudende dat het aan vrouwen verboden is de functie van scheidsman te vervullen, is onlogisch en bovendien op zichzelf onverdedigbaar.

X

Het is in strijd met het aan art. 424, lid 2 Sv. ten grondslag gelegde beginsel, wanneer, in geval alleen de verdachte in hooger beroep is gekomen, door den appèlrechter een voorwaardelijke straf wordt veranderd in een onvoorwaardelijke.

Sluiten