Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet alleen in de stad, maar ook daarbuiten vestigden zich reeds burgers, hetgeen blijkt uit het feit, dat in 1621 x) een Europeesch hoofd „over de opgezetenen van zeker land bij de stad Batavia" werd aangesteld.

De Europeesche burgerbevolking vindt haar oorsprong in die dienaren der Compagnie, die na hun verband te hebben uitgediend, een vrijbrief kregen en zich, onder zekere voorwaarden, als ,,burger" of ,,vrij-man" te Batavia mochten vestigen.

Een paar cijfers ter oriënteering van den bevolkingsomvang van Batavia laten wij hier volgen. ,,In 1623 wordt het zielental (het garnizoen en het kasteelspersoneel meegerekend) begroot op 6000, in 1632 op 8000, in 1638 (het volk op de schepen denkelijk inbegrepen) op 12000" 2). Wij moeten deze cijfers met eenige reserve beschouwen, maar toch geven zij den snellen groei van Batavia weer. De genoemde getallen omvatten slechts de personen, verbonden aan de Compagnie, meerendeels Europeanen, ofschoon zij, bij onvoldoende aanwezigheid van Europeanen, personen van anderen landaard in dienst nam, al was het aanvankelijk als soldaten en matrozen en niet te vergeten de Compagniesslaven. Overal waar een Europeesche vestiging kwam, treffen wij een snellen groei van de bevolking aan, Inlanders zoowel als Europeanen, zoo ook te Batavia.

Oorsprong der ,,Portugeeéche" bevolking.

Tijdens het eerste beleg in 1619, bevonden zich binnen het fort 400 personen, onder wie 240 weerbare mannen (Europeanen, Japanners en ,,swarten") 3). Deze ,,swarten" zullen wel de reeds genoemde krijgsgevangenen en slaven van de Koromandelkust zijn geweest; zij werden als werklieden en huisbedienden gebruikt en vormden

quiteering van deze belasting. Opgemerkt wordt bij dit plakaat, dat deze belasting belangrijk bijdroeg in de middelen der stad, zoodat bun aantal niet onbeduidend moet zijn geweest. (Zie Plakaatboek I, pag. 76.)

') Resolutie van 12 Januari 1621, Plakaatboek I, pag. 88.

2) Oud-Batavia, § 226, pag. 126.

3) Oud-Batavia, § 54, pag. 3Q.

Sluiten