Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl de Nederlandsche koloniale politiek den middenweg kiest.

VerjchiL in éociale waardeering naar godédienét.

Uit verschillende resoluties blijkt welke waarde de Compagnie hechtte aan het Christendom. Zij trachtte het dan ook op verschillende wijzen te verbreiden. Zoo werd b.v. in 1635 bepaald dat aan ieder ,,Indiaens persoon, die zich liet doopen, van Compagnie's wege zouden worden geschonken 2 Ned. Kroonen van 40 stuivers" x). In de Bataviasche Statuten van 1642, onder het hoofdstuk over den godsdienst, wordt gezegd dat „geen anderen godsdienst ofte religie gepleeght, veel min geleert ofte voortgeplant (mocht) worden..., als de gereformeerde christelycke religie". Ieder die deze bepaling overtrad, „hetsy Christen, Heyden ofte Moor" zou gestraft worden 2). Ook werd het huwelijk verboden van Christenen met ,,On-christenen, Heydenen ofte Mooren" 3); het verschil tusschen Christenen en on-Christenen komt hier dus duidelijk naar voren. Ook bij andere voorschriften zien wij, dat zij, die het Christendom aanhingen, den voorrang genoten boven de on-Christenen. Zoo werd in 1759 bepaald, dat „inlandsche Christenen niet als slaven mogten worden verkocht" 4). Echter zal deze bepaling wel niet de gewenschte uitwerking hebben gehad, daar de eigenaars hun slaven wel belet zullen hebben dat zij zich lieten doopen 5).

Herhaaldelijk vinden wij melding gemaakt van hetover-

1) Plakaatboek I, pag. 371. De toelichting zegt dat dit geschiedde om anderen tot het aannemen van de gereformeerde religie te ,,animeeren ende oock te toonen, hoe aengenaem ons is, dat ons Heydense en Moorse gemeente haere Salicheyt door den Salichmaeker, de H.re Christo mogen trachten te soecken".

2) Plakaatboek I, pag. 474 e.v.

3) Plakaatboek I, pag. 539.

4) Resolutie van 14 December 1759, Plakaatboek VII, pag. 361. Als toelichting vinden wij hierbij vermeld dat de „Regeering van oordeel (was), dat deze bepaling 't bekwaamste middel zoude wezen, om de heidenen tot het omhelzen van 't Ghristendom te animeren". Wat was men toen nog eerlijkl

5) Zie ook Oud-Batavia, § 844, pag. 457.

Sluiten