Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen van „Christenkinderen" van de „buitencomptoiren" naar Batavia. De kinderen van Nederlandsche vaders bij Inlandsche moeders werden in 1641 als „Christen kinderen naar Batavia gelargeert" x). Het betrof hier kinderen, die uit Siam afkomstig waren. De Koning van Siam stond toe, dat zij naar Batavia zouden worden gebracht, „om nae U. Edt. (den G.G.) geliefte in Uwe letteren, religie ende zeeden opgequeeckt te mogen werden" 2). Het jaar daarop werd uit Arakan gerapporteerd, dat de Koning het uitvoeren van Nederlandsche bastaardkinderen, ondanks „seer ernstige versoecken, ront geweygert" had, daar hij van meening was, dat „die syn geboorne subiecten waren, de moeders haer vleesch en bloet niet conden verlaten, noch hij derselver kryten en kermen niet begeerde te hooren" 3). Hij ging dus van het standpunt uit dat het kind den staat der moeder

volgde. _ _i .

Over den rechtstoestand der kinderen, door Christenen of on-Christenen bij hun slavinnen verwekt, kunnen wij het volgende opmerken. In de considerans van een plakaat van 20 Maart-20 Juni 1766 wordt gezegd, dat „met afwyking van het geproponeerde, behelzende om kinderen van onchristenen, bij hunne lyfeigenen geteeld, wanneer de boedel insolvent is, te laten verkoopen", het „gevoeglyker geoordeeld (werd) om den Christenen Liever te bevoorregten dan d' andere een oud prerogatief te ontnemen en overzulks, uyt zorge teffens voor t Christen bloed", besloten werd om kinderen van Christenen bij hun slavinnen verwekt, niet te laten verkoopen, ook al was de boedel insolvent4). Bij plakaat van 17 Januari

x) Daghregister 16 Maart 1641, pag. 211.

2) Daghregister 13 M.ei 1641, pag. 284.

3) Daghregister 1 Mei 1642, pag. 145.

4) Plakaatboek VIII, pag. 109 en IX, pag. 580, (Nieuwe Statuten van Batavia), oorspr. niet gecursiveerd. Wij vinden bij dit plakaat de toelichting, dat deze kinderen alleen mochten worden algegeven aan hen, die zich hunner ontfermen wilden, om hen in den Hervormden godsdienst op te voeden. Deed dit geval zich met voor, dan zouden zij, „wanneer uyt Europeen btoede afkomstig syn, dog geene andere", in het armhuis worden opgenomen en op bovengenoemde wijze worden opgevoed. Ofschoon men dus de Christe-

Sluiten