Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijkt toen ook reeds bestaan te hebben. Op 16 Maart 1655 x) had men een poging gedaan om de Javanen te organiseeren; op 5 October d.a.v. 2) werden ,,tot securiteit der stad alle vreemde natiën in zekere wyken" verdeeld 3). Deze bepaling heeft blijkbaar weinig effect gehad, want op 12 October 1688 4) werd wederom bepaald „dat alle vrye Oosterse Natiën, die sig althans onder onse jurisdictie... bevinden, 'tsy Balyers, Javanen, Bouginesen, Macassaren, Boutonders, Bimanesen en Maleyers", zich moesten aangeven en iedere natie afzonderlijk in aparte compagnieën en „campongs bijeen gebracht moest worden. Tevens zouden de leden van iedere natie een herkenningsteeken of tjap ontvangen ter onderscheiding van „alle onbekende en ongepermitteerde ingedronge Vreemdelingen". De Inlanders, die eenmaal te Batavia gevestigd waren, werden dus niet meer als vreemdelingen beschouwd 5).

Vermenging van natiën.

Reeds in 1658 was aan „ingeboorne Javanen" te Batavia verboden zich onder andere Inlandsche natiën te „vermengen ofte begeven" of hun kleeding aan te

x) Zie pag. 16.

2) Realia I, pag. 104.

3) Volgens Dr. de Haan was dit verplicht samenwonen van lieden van een en dezelfde groep echter niet nieuw, maar een „overoud Aziatisch gebruik". „Zoo woonden in het oude M.alakka, reeds vóór de komst der Portugeezen, de Javanen in afzonderlijke kampongs". „In het Bataviasche", vervolgt hij, „ziet men stamgenooten zich vanzelf bij stamgenooten voegen en een eigen moskee bouwen als middelpunt" (Oud-Batavia, § 868, pag. 470).

4) Plakaatboek III, pag. 237, e.v. |(

5) Herhaaldelijk lezen wij van het uitdeelen van „loodjes onder de vrije Inlandsche bevolking van Batavia. Op 30 September 1704 (Plakaatboek III, pag. 534) werden de bepalingen van 12 October 1688 hernieuwd, daar deze „zedert 't eenenmaal in verval geraakt waren. Bij zonder vlug was men dus met die uitdeeling niet geweestl Bij de plakaten van 21 Juli 1730 (Realia I, pag. 118), 15 April 1735 (Realia II, pag. 151), 29 September 1739 (Realia II, pag. 151), 2 Mei 1741 (Plakaatboek IV, pag. 526), en 9 Februari 1748 (Realia II, pag. 9), werd besloten om „loode penningen" aan de vrije Inlanders uit te deelen. In laatstgenoemd jaar waren in totaal ongeveer 60.000 van deze penningen uitgedeeld.

Sluiten