Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen *). In de Nieuwe Statuten van Batavia 2) zijn eenige regelingen opgenomen, die alle Inlanders verbieden zich met andere natiën, dan waartoe zij zelf behooren, te vermengen. Zij moesten zich bij hun eigen hoofden aangeven en zich in de hun aangewezen kampongs vestigen. De reden hiervoor was waarschijnlijk vrees voor uitbreiding van den Islam. Ook wilden deze regelingen een einde maken aan het vagebondeeren en rooven door Inlanders, vooral weggeloopen Balische slaven, in de omstreken van Batavia en hen binden aan kampongtoezicht. Toch kwam deze „vermenging" wel voor, want een plakaat van 11 Juli 1730 bepaalde, dat de kinderen van Inlanders tot de natie van hun vaders behoorden. Ook voor de Chineezen gold een dergelijk verbod, doch de beweegredenen waren hier echter anders. Door zich te ,,ondermengen met de Mahometanen" onttrokken zij zich aan het gezag van hun Officieren en betaalden dan geen hoofdgeld 3). Ook gingen vele Chineezen in schijn of in wezen tot den Islam over om weer in Batavia toegelaten te worden, daar zij na den Chineezenmoord in 1740 uit de stad werden geweerd.

Schreef Valentijn dat zij ,,over al in de stad de beste plaatzen bewoonen" 4), in 1741 werd aan de nogte Batavia wonende Chineezen een aparte wijk als ,,campong" aangewezen 5). De buiten de stad wonende Chineezen

x) Plakaat van 21 Juni 1658, Plakaatboek II, pag. 306.

2) Plakaatboek IX, pag. 410 e.v.

3) Dat dit geenszins denkbeeldig was, blijkt wel uit een plakaat van 7 December 1745, dat aan het college van Schepenen opdroeg „een middel uyt te denken tot praevenieering der quade practycq van sommige Chineesen, die om geen hoofdgeld te betaalen van den 20 tot den laatsten dag der maand het mahometaans gewaat aanneemen en vervolgens weder als Chinees verscheynen" (Realia I, pag. 281).

4) Valentijn IV, pag. 250. Dit gold dan alleen voor Batavia, want zoowel in Oud-Bantam als in Jacatra, woonden zij bijeen in een apart kwartier.

5) Den 14en December 1742 werden zij, alleen nog overdag, weer in de stad toegelaten en den 25en Juni 1743 werden wederom een Kapitein en twee Luitenants over hen aangesteld, die binnen de stad mochten wonen (Plakaatboek IV, pag. 522, en Realia I, pag. 280).

Sluiten