Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten zich in 1745 „by tien huysen" onder een opzichter stellen, die weer onder het gezag van de Chineesche Officieren stonden, terwijl de magistraat van Batavia het oppertoezicht over hen had.

De Chineezen, die tot den Islam waren overgegaan, noemde men „Paranakans", ook wel „geschoren" of „getornde" Chineezen. Deze „Paranakans" .varen dus volbloed Chineezen en zijn niet te verwarren met de kinderen van Chineezen bij Inlandsche vrouwen, die ook wel „Paranakans" werden genoemd. Om na te gaan welke Chineezen daadwerkelijk tot den Islam waren overgegaan, bepaalde de Regeering op 22 October 1742 J) dat de „besneedene Chineesen gevisiteerd" en in „cas van oppositie" in het blok gesloten zouden worden.

Ondanks al deze maatregelen namen vele van hen het Mohammedaansch geloof aan. Om hieraan een eind te maken, bepaalde de Regeering op 8 December 1755 2), dat de Paranakans onderworpen bleven aan de voor Chineezen vastgestelde regelingen. Er werd dus een groep Mohammedanen gevormd, op wie de voor Chineezen geldende bepalingen van toepassing waren. Vier jaren later was de Regeering een andere meening toegedaan en bepaalde zij „dat de parnackan Chinesen voortaan zullen moeten voorzien zijn van een sjap, zo van het hoofd, waaronder zy sorteren, als van den gecommitteerde tot de zaken van den inlander alhier, ten blyke, dat zy niet meer onder de Chinese natie gehoren 3). De Paranakans werden dus erkend als afzonderlijke groep. Aanleiding tot deze resolutie was het rondzwerven en vagebondeeren van hen, die zich niet kwamen aangeven bij hun hoofden. De Paranakans stonden aanvankelijk niet onder den Kapitein-Chinees, maar onder de Inlandsche hoofden. Gaandeweg zijn zij onder eigen hoofden gekomen. Zoo werd op 14 Juni 1785 aan den commandant der Paranakan-Chineezen toegestaan om een tempel te stichten 4).

*) Realia I, pag. 280.

2) Plakaatboek VII, pag. 135 e.v.

3) Plakaatboek VII, pag. 356.

4) Realia I, pag. 116.

Sluiten