Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De reden tot dit verbod was denkelijk dezelfde, die leidde tot een bepaling van 6 September 1633 om ,,geene manspersoonen te laeten vertrecken, die met Indiaense vrouwen getrout syn, tensy deselve alhier middelen laeten ende ons daer van aenwysinge doen, waer mede haere vrouwen in hunne absentie haer betaemelycken soude mogen ende connen onderhouden" x).

Door de bepaling van 1617 werd het concubinaat zeer bevorderd, iets waartegen Coen zich ten zeerste verzette. W^erd het concubinaat te Batavia verboden, te Semarang werd met dit verbod de hand gelicht. Semarang lag toen ook nog zoo ver van Batavia afl Ja, zelfs werd het daar omstreeks 1687 aangemoedigd, daar de Compagnie de vrouwen van haar dienaren verbood haar mannen naar Semarang te volgen. Wat de reden hiertoe is geweest, is ons niet gebleken 2). Coen wilde van Batavia een Nederlandsche kolonie maken en ,,eenighe goede aensienlycke huysgesinnen" bewegen, zich naar Indië te begeven om daar de kern te vormen van de burgerij van zijn stad. Maar de kolonisatiepogingen faalden, eenerzijds door de groote onveiligheid van Batavia's Ommelanden, anderzijds doordat de Compagnie geen vrijen burger handel wilde toestaan, wat het bestaansmiddel van die burgerij zou moeten geweest zijn3). Verder wilde Coen het tekort aan Europeesche vrouwen opheffen, door de uitzending van weesmeisjes naar Indië, maar Heeren XVII voelden daar weinig voor en hebben slechts eenige tientallen ongehuwde vrouwen en meisjes uitgezonden, onder den naam van Compagniesdochters 4).

recht" in „Koloniale Studiën", December 1933, 17e jaargang, no 6, pag. 652-689. Ik vind daarin geen aanleiding wijziging aan te brengen in mijn tekst.

x) Plakaatboek I, pag. 297.

2) Oud-Batavia, § 987, pag. 542.

3) Zie over deze kolonisatie-pogingen: Oud-Batavia, § 105, pag.59.

4) Valentijn zegt, dat de Compagnie ,,in oude tijden onder hare bedienden, ook eenige jonge meiskens (zes, zoo meene) of aankomende vrysters uitgezonden heeft, die dogters der E. Maats chappy genaamd wierden, die soldy trokken en met een hoed met pluimen op 't hoofd uitquamen. Schoon deze van 't slechtste soort waren, wierden de zelve in die tyden voor gebradene peerkens gehouden", zoodat zij allen spoedig huwden (Valentijn IV, pag. 248.).

Sluiten