Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Huwelijken van Inlanders met,,andere vrouwen dan die van ieders natie ofte caste" werden in 1706 verboden 1); Inlanders mochten alleen huwen met toestemming van den Gouverneur-Generaal. Voor de Ghineezen werd in 1717 het trouwen ,,buyten hare Natie" verboden 2) en in 1766 aan alle Chineesche en Mohammedaansche mannen en vrouwen verboden gemengde huwelijken te sluiten 3).

De ,,Portugee<)che" bevolking of de Alardljkeré; Papangerö, ,,Inlanddche burgeró" en Atixtiezen.

Werd de oorsprong der Bataviasche Mardijkers gevormd door de krijgsgevangenen en Portugeesche overloopers van de Koromandelkust4), niet minder hebben tot de vorming der Mar dij kerstand bijgedragen de vele slaven, door de Compagnie van genoemde kust naar Batavia gebracht en die veelal als soldaten in Compagniesdienst werden gebruikt. Na eenige jaren dienst te hebben gedaan konden zij, wanneer zij Christenen waren, een vrijbrief krijgen en dus „burger" worden. Op hen bleef evenwel de verplichting rusten de Compagnie te blijven dienen, wanneer dit noodig mocht blijken. Zij bleven een toelage in geld of rijst genieten, die echter vrij spoedig werd gestaakt. De vrije Christen-Inlanders werden ook wel met den naam Mardijkers betiteld. Ook het omgekeerde kwam voor, wanneer men b.v. sprak van een ,,Inlandsch Chirurgijn" en daarmede een Mardijker bedoelde 5). De Mardijkers waren van Aziatische geboorte, hadden een donkerder huidskleur dan de Inlanders, waardoor zij dikwijls „zwarten" werden genoemd en onderscheidden zich hierdoor en door hun godsdienst, daar zij Christenen waren, van de Inlanders

1) Plakaat van 5 Febr. 1706, Plakaatboek III, pag. 565.

2) Plakaat van 26 Jan. 1717, Realia I, pag. 279.

3) Plakaat van 25 Juli 1766, Plakaatboek VIII, pag. 142.

4) Zie pag. 12 en 13.

5) Oud-Batavia § 950, pag. 512 noot. Evenzoo werden de „Inlandse borgers" herhaaldelijk Mardijkers genoemd. Dit waren dan de Christen-Inlanders, en werden steeds afzonderlijk genoemd naast de Europeesche burgers (Zie b.v. Daghregister 1681, paar. 646.).

Sluiten