Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden ,,zwarte" slaven en de vrouwen des lands) met de Mixtiezen en met de eigenlijke Christen-Ambonneezen, heeft geleid tot de klasse der zoogenaamde „Inlandsche burgers". Verder had men op Ambon x) de kinderen van „Swarte Moeders en Portugeesche Vaders", die Toepassen werden genoemd, maar van weinig belang waren. Valentijn zegt over de afstammelingen van Europeanen: ,,de eerste afsetsels van een Hollandsche Vader, en een swarte Moeder, noemt men Mixsticen, zynde vaal, en sommige al vry bruin van kleur, de kinderen van een Mixstice en een Hollander, noemt men Poesticen, en de kinderen van een Poestice en een Hollander Casticen, die by na zoo blank, als een Hollander, zyn, en na welke men de kinderen, uyt de volgende huwelyken voortkomende" (die Christiezen genoemd werden), „weer onder de Hollandsche telt", waaruit dus volgt dat de Mixtiezen, Poestiezen en Castiezen niet tot de Europeanen werden gerekend. Tevens blijkt hieruit dat toen op de verschillende overgangsvormen zeer sterk werd gelet 2).

De Inlandsche bevolking.

Zooals wij reeds zagen 3), was de Inlandsche bevolking te Batavia reeds in het begin der zeventiende eeuw verdeeld in wijken en kampongs, gesplitst naar landaard en onder eigen hoofden. Deze Inlandsche hoofden stonden van den aanvang af onder het toezicht van de Regeering. De Compagniesdienaar, die met dit toezicht belast was, kreeg later den titel van „Gecommitteerde tot en over de zaken van den Inlander". Zoo werd in 1657 een zekere Frederik Henric Muller (in 1659 vermeld als Vendrig)4) genoemd „opsiender van de Javaenen", in resolutie van 15 Maart 1658 „voorspraeck der Javanen onder Jaccatra . In resolutie van 17 Mei 1658 wordt hij als „geleyder ende voorspraeck van een comp. Javanen" ver-

x) Valentijn II, Beschrijving van Amboina, pag. 256.

2) Zie noot 7, pag. 27.

3) Vgl. pag. 23.

4) Daghregister 2 Febr. 1659, pag. 22.

Sluiten