Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1667 wordt een Kapitein over hen vermeld en in 1673 een Balische compagnie opgericht x). Veel last had de Compagnie van weggeloopen Balische slaven, die de Ommelanden onveilig maakten, maar gaandeweg bijeen gebracht zijn in vier Balische kampongs, elk voor drie compagnieën bestemd, in 1687. In 1709 kwam nog een Balisch hoofd, die in het Soerabajasche had gezworven, met de zijnen naar Batavia 2).

c. Bandaneezen.

De Bandaneesche kolonie behoorde tot een van de oudste nederzettingen te Batavia. Reeds in 1621 bracht Coen verscheidene honderden Bandaneezen naar Batavia, teneinde deze stad te bevolken. In 1633 werden zij met de Japanners, Papangers en anderen gevestigd in het zgn. „Bandaneesch kwartier". Ook later zijn er nog herhaaldelijk van deze lieden naar Batavia overgebracht. Zij namen voor een deel het Christendom aan en leefden grootendeels van visscherij, wat dan ook wel de reden geweest zal zijn, dat zij gaandeweg hun wijk hebben verlaten. Ten slotte werd hun burgercompagnie eerst met die der Boetonners, daarna, in 1702 met die der Papangers samengesmolten. De laatste vermelding van de Compagnie „Papangers en Bandaneesen" vindt plaats in 1721 3).

Een van hen, die in 1621 naar Batavia kwamen, was Meester Cornelis Senèn 4). Een zuivere Bandanees met een Europeeschen naam; hij was nl. de zoon van een Orangkaja te Banda-Neira en legde zich op de prediking van het Christendom toe. In 1635 hield hij een schooltje, las Maleische preeken voor onder de Inlandsche Christenen en kreeg in 1640 van den Kerkeraad een kleine maandelijksche toelage. Hij werd niet als Europeaan beschouwd en heeft het daarom, door de tegenwerking der

x) In 1677 telde de „Comp.e der Balyers ingesetenen" 808 man; buiten Batavia bevonden zich in 1681 nog 1060 man (Daghregister 1677, pag. 472 en 1681, pag. 796.).

2) Oud-Batavia § 881-884, pag. 477-479.

3) Oud-Batavia § 885, pag. 479, 480.

4) Zie over hem: Oud-Batavia § 223, pag. 124 en Encyclopaedie van N.I., 2e druk, II, pag. 694.

Sluiten