Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bataviasche Predikanten, nooit tot Predikant (zijn levenswensch) kunnen brengen. Volgens het Daghregister van 13 December 1656 2) woonde hij „dicht bij de Groote riviere", waar hij zich vestigde na het onvervuld blijven van zijn levenswensch; in 1661 kreeg hij dit perceel in eigendom, dat thans nog zijn naam draagt.

d. Ambonneezen.

De Bataviasche Ambonneezen worden het eerst vermeld in 1656, toen een Ambonsch hoofd met een bende krijgsknechten te Batavia kwam. Eén van hen was Vaandrig Jonker, een omstreeks 1630 op Manipa (tusschen Boeroe en Ceram) geboren Mohammedaansche Ambonnees, die een Europeeschen naam had gekregen of had aangenomen en in Compagniesdienst dien rang bekleedde. In 1657 kreeg hij den rang van Kapitein en werd in 1660 benoemd tot hoofd van de Bataviasche Ambonneezen. De godsdiensttwisten tusschen de Mohammedaansche en Christen-Ambonneezen leidden er toe, dat men hen omstreeks 1671 in twee afzonderlijke kampongs onderbracht. De Christen-Ambonneezen evenwel werden om hun gering getal in 1676 reeds met de compagnie Papangers vereenigd. Een in 1699 vermelde Kampong Ambon ten Noorden van Meester Cornelis, was wellicht een afzonderlijke nederzetting. Ten slotte zijn zij vereenigd met de Boetonners en Mandareezen 2).

e. Boegineezen.

In 1663 werd een terrein aangewezen te Batavia aan een Bonisch hoofd, die zich met de zijnen aldaar kwam vestigen. Dit land werd hun in 1687 formeel toegewezen en draagt thans nog den naam Kampong Boegis. De Regeering verbood herhaaldelijk den invoer van Boegineesche slaven, maar velen zullen wel uit eigen beweging naar Batavia gekomen zijn, want nog twee andere nederzettingen van Boegineezen worden vermeld, waarvan een in 1690 3).

x) Daghregister 1656, pag. 39.

2) Oud-Batavia § 887, pag. 480.

3) De compagnie „Bougys" telde in 1677, 306 man. (Daghregister 1677, pag. 473.).

Sluiten