Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pouen, Salayereesen, Mallabaren en Caffers", o.a. in een resolutie van 12 April 1697 x).

Vreemde Ooótertingen.

Op de verwarring, waartoe deze naam in den Compagniestijd aanleiding gaf, hebben wij reeds gewezen. Toen werden tot deze groep gerekend de Chineezen en Paranakans (de tot den Islam bekeerde Chineezen), de Mooren en de Japanners.

a. Chineezen.

Wij hebben gezien, dat reeds vóór onze komst te Jacatra, aldaar Chineezen gevestigd waren. In 1619 waren er 400, over wie toen een hoofd is aangesteld; en deze bevolking heeft zich steeds uitgebreid. Zij waren sinds 1620 aan de betaling van een hoofdgeld onderworpen, waarvan de opbrengst een niet onbelangrijk deel der inkomsten van Batavia vormde 2). Daar er veel misbruiken met dit hoofdgeld zijn gepleegd, geeft het aantal uitgereikte hoofdbriefjes geen juist beeld van het aantal Chineezen dat te Batavia woonde. Bij een opgave van de bevolkingssterkte van Batavia in het Daghregister van 1674, vinden wij het aantal vermeld van de ,,huysgesinnen wonende soo binnen, als in de voorstad van Batavia... by de Wykmeesteren opgenomen ende bevonden": 2747 Chineezen. In 1675 vinden wij een getal van 3081 Chineezen en in 1677 een getal van 1689, dus plotseling een daling van bijna de helft, maar het jaar daarop blijkt hun aantal weer gestegen te zijn tot 3176 en in het jaar 1680 3156 Chineezen te bedragen 3). Deze opgaven zijn blijkbaar opgemaakt naar aanleiding van het aantal uitgereikte hoofdbriefjes, want Valentijn zegt over hen (omstreeks 1700): ,,Hoeveel 'er van dit volk op Batavia zijn, is niet wel te zeggen. Daar zijn 'er die

x) Plakaatboek III, pag. 424.

2) Zoozeer is hun aantal vermeerderd, dat in 1630 de opbrengst der Chineesche hoofdbriefjes de helft van de totale inkomsten van Batavia bedroeg.

3) Daghregisters 1674, pag. 27 e.v.; 1675, pag. 50 en 51; 1677, pag. 62; 1678, pag. 47 en 1680, pag. 853.

Sluiten