Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen, dat 'er wel honderd duizend Chineezen alleen in, of buiten de stad zijn. Wat daar af zy, 't is zeker, dat de huizen der Chineezen in, en vooral buiten de stad met volk opgepropt zijn..."" x). Hun aantal zal dus wel meer geweest zijn dan 30001

Dit groote getal Chineezen maakte de Compagnie echter bevreesd en zij nam van tijd tot tijd maatregelen tegen ,,den meerderen indrang" der Chineezen. Zoo is er een plakaat van 23 Mei 1710, luidende: „Tot Preventie van den aanwasch der Chineesen zal 's Jaarlyx eene rolle opgemaakt moeten worden en de gene welke buyten consent daarover gebleven zyn zullen gestraft worden"2). Het beoogde resultaat werd evenwel niet bereikt. Verschillende plakaten, zoowel tegen de aankomst van Sinkheh's of Chineesche nieuwelingen, uit China aangebracht, als tegen het ,,overblyven van veele vreemde ondeugende lieden van de Chineese natie", werden tegen het eind der zeventiende en het begin der achttiende eeuw uitgevaardigd 3).

Ook was het den Chineezen verboden hun godsdienst uit te oefenen. Wij hebben reeds gezien, dat volgens de Bataviasche Statuten van 1642 geen andere godsdienst te Batavia werd geduld, dan de gereformeerde. Dit gold dus ook voor de Chineezen, wat evenwel niet wegnam, dat zij hun godsdienst toch bleven uitoefenen. Bij plakaat van 7 Maart 1651 werd hun daarom bevolen „haren Tempel" te verplaatsen „buyten de stad by hun Kerkhof" en werd hun verboden binnen de stad bijeenkomsten te houden 4). Den 28en November d.a.v. werd bepaald dat zij hun tempel binnen de stad zouden afbreken en hun nogmaals verboden „nog publicque nog clandestine byeenkomsten te houden tot exercitie van haaren Heidensen dienst" 5).

Over de Paranakans hebben wij reeds het een en ander medegedeeld ®).

x) Valentijn, deel IV, pag. 250. 2) Realia II, pag. 53.

3) Zie b.v. de plakaten. van 26 M.ei 1690, 27 Juni 1701, 21 Januari 1707, in Realia I, pag. 278.

4) Realia I, pag. 276. 5) Realia I, pag. 277. 6) Zie pag. 26.

Sluiten