Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boog bewapend. Te Jacatra was in 1616 een Japansch Kapitein en volgens het plakaat van 4 December 1622, waarbij een schutterij te Batavia werd opgericht, werd ook een wachtdienst voor de Japanners ingesteld x) en in 1623 bedroeg hun aantal 130 weerbare mannen. In 1635 was Japan voor vreemde invloeden gesloten en geen Japanner mocht zijn land verlaten of elders wonende, daar ooit terugkeer en. Dit had tot gevolg dat de Japansche nederzetting te Batavia zich gaandeweg heeft opgelost in haar omgeving. Het laatst worden zij in 1682 te Batavia vermeld 2). Hoe deze natie zich wist aan te passen, zegt Dr. de Haan, blijkt wel uit het leven van Simon Simonsz. van der Heyden van Firando, een volbloed Japanner, die het in den dienst der Compagnie niet enkel bracht tot Opperkoopman, sjahbandar en Licentmeester te Batavia, maar ook de stemmige betrekkingen vervulde van Diaken, Ouderling, Boedelmeester en Weesmeester; hij overleed in 1673 als burgerkoopman. Hij was dus tot het Christendom overgegaan evenals velen van zijn natie en werd tot de groep der Europeanen gerekend. Franfois Caron, in Nederland opgevoed en later Predikant op Ambon, was de zoon van het Opperhoofd van Japan bij een Japansche moeder. Hij werd eveneens als Europeaan beschouwd en was vermoedelijk een der kinderen, voor wien bij plakaat van 28 September 1645 een „acte van legitimatie door haar hoogmogende verleent" was 3).

Uit het voorgaande hebben wij gezien, dat in den Compagniestij d de bevolking hoofdzakelijk naar godsdienst was ingedeeld en dat het rad-criterium pas in de tweede plaats voor de onderscheiding in bevolkingsgroepen in aanmerking kwam (vgl. pag. 17,18 en 19). Werden daarom de Christen-Inlanders over het algemeen als Europeanen behandeld, soms zien wij een neiging hen niet als zoodanig te erkennen (vgl. pag. 20 en 40).

x) Plakaatboek I, pag. 102 e.v. a) Oud-Batavia § 896, pag. 485. 3) Realia II, pag. 148.

Sluiten