Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II

DE INDEELING DER BEVOLKING TUSSCHEN 1800 EN 1816

a. Het tijdvak van 1800-1811.

Na de liquidatie van de Oost-Indische Compagnie werd het bestuur over Indië opgedragen aan den Raad van Aziatische Bezittingen en Etablissementen volgens artikel 232 van de Staatsregeling der Bataafsche Republiek. Deze Staatsregeling is den 8en Augustus 1799 plechtig te Batavia afgekondigd *) in aanwezigheid van de autoriteiten en vrijwel de geheele burgerbevolking van Batavia, nl. 2 Compagnieën Europeesche burgers, 4 Compagnieën Inlandsche Christenen, de Compagnieën Papangers of Mardijkers, die van de Mooren, „een genoegzaam aantal Chineezen en ,,eenige Compagnieën Balijers, Bougineezen, Maccassaren, Boetonders en Amboineezen" 2). Eenzelfde indeeling der bevolking vermelden de heeren Rademacher en W. van Hogendorp omstreeks 1800, echter spreken zij o.a. van „Inlandsche Christenen of Mixtischen"3), zoodat deze laatsten dus onder de Inlandsche Christenen werden gerangschikt.

In 1800 werd te Batavia een volkstelling gehouden 4), x) Plakaatboek XII, pag. 1018 e.v.

) Zie „Project ceremonieel tot de plechtige publicatie der door het Bataafsche Volk op den 23en April 1798 aangenomene constitutie in „Brieven en Bijlagen van de Hooge Regering te Batavia van den jare 1800", in handschrift aanwezig in het Rijks Archief te 's-Gravenhage.

3) Korte Schets enz. in Verhandelingen Bat. Gen. 1825, deel I, pag. 1-49.

4) Plakaatboek XIII, pag. 105. Het resultaat van deze volkstelling is, zoover ons is gebleken, niet gepubliceerd.

Sluiten