Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij de ingezetenen verdeeld waren in Compagniesdienaren, burgers, Papangers en M.ooren, Inlanders en Chineezen. De Christen-Inlanders, Mixtiezen en Paranakans werden evenwel niet genoemd. Hier werd dus geen onderscheid meer gemaakt naar godsdienst. ^Vel werden nog onderscheiden Europeanen, Christen-Inlanders en Inlanders, en stonden de Christen-Inlandsche militairen in gunstiger positie dan hun M.ohammedaansche collega's. Herhaaldelijk is aan hun officieren verhooging van tractement toegekend en werden zij in behandeling met Europeanen gelijkgesteld x). Daendels breidde deze gelijkstelling in 1810 zelfs uit tot de onderofficieren en soldaten („Portugeesche inlandsche Christenen" genoemd) 2).

Deze Portugeezen vormden in 1804 nog een aparte compagnie onder Christen-Inlandsche officieren.

Van de Papangers die tusschen 1792 en 1795 als soldaten in dienst waren aangenomen, was een belangrijk gedeelte gedeserteerd, waarom in 1803 en nogmaals in 1804 werd besloten hen te gratieeren, als zij weer terug wilden komen. Het restant van hun compagnie was in 1802 weer bij de Bataviasche schutterij ingedeeld, die terzelfder tijd weer op den voet werd gebracht van vóór den oorlog met Engeland 3).

Christen-Ambonneezen werden herhaaldelijk voor den militairen dienst geworven en in 1809 wilde Daendels 150 Christen-Ambonneezen opleiden tot officier en onderofficier4). Ook bepaalde hij, dat de ChristenAmbonneesche, -Timoreesche en -Menadoneesche recruten zouden worden ingelijfd bij de Europeesche korpsen en gelijke behandeling zouden genieten als de Europeanen 5). Hier dus wel onderscheid naar godsdienst.

Zien wij dus in Daendels' tijd de Christen-Inlandsche militairen in vele opzichten gelijkgesteld met de Europeesche, ook ten aanzien van de burgers had in zeker

!) Plakaatboek XIII, pag. 331; XIV, pag. 37 en 603.

2) Plakaatboek XVI, pag. 178.

3) Plakaatboek XIII, pag. 532 en 720.

4) Plakaatboek XIV, pag. 103 en 830; XV, pag. 1005.

6) Besluit van 19 luni 1808, Plakaatboek XIV, pag. 830.

Sluiten