Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzicht gelijkstelling plaats, want hij kende in 1808, zoowel aan Europeesche als aan Christen-Inlandsche burgers, buiten Batavia gevestigd, het recht toe om zonder officieele vergunning te huwen 1). Deze zelfde gedachte vond ook uiting in het „Reglement op het beheer van de Cheribonsche landen" van 1809, waarbij Daendels een opperlandraad instelde voor Cheribon en o.a. bepaalde, dat de Christenen, dus ook de Inlandsche Christenen, niet voor deze rechtbank zouden terecht staan, maar voor den hoogen Raad van Justitie te Batavia 2).

De onvaste positie van lieden van gemengden Europeeschen bloede bleef in Daendels' tijd voortduren. Zoo werd in 1804 bepaald, dat een militair, „inlands kind" zijnde, niet in aanmerking kwam voor gagement3) (het blijkt niet of met dit,,inlands kind een in Indië geboren Europeaan bedoeld werd, dan wel een kind van een Europeeschen vader bij een Inlandsche moeder), terwijl Daendels in 1808 aan de vrouwen van Europeesche officieren, ,,welke in Europa geboren of van Europeesche afkomst" waren, den titel „Mevrouw" toekende 4). Deze onvaste positie is m.i. een gevolg van het feit dat de grenzen van deze groep der bevolking zeer vervaagd zijn. Terecht verklaart M.r. Prins in zijn reeds eerder aangehaald artikel: „Deze ,,Indische menschen", zooals zij zichzelven meestal noemen, vormen geen eigen klasse of stand, in uiterlijk en levenswijze vertoonen zij alle schakeeringen van zuiver Europeesch tot bijna volkomen Inlandsch" 5).

x) Plakaatboek XIV, pag. 793.

3\ ^Jakaa^oek XV, pag. 501 en M.r. F. C. Hekmeijer, pag. 17. ) Plakaatboek XIV, pag. 17. In de toelichting wordt deze bepaling een „Statutaire wet" genoemd.

4) Plakaatboek XIV, pag. 680.

5) T.a.p. pag. 653.

Elders lezen wij: „Zij zijn, in sterk uiteenloopende variatie, allen loten van den Nederlandschen stam; hunne belangen zijn van overwegend nationalen aard. Zij vormen categorieën van Indische ederlanders, die in sociaal-economisch opzicht dichter staan bij de inneemsche bevolking dan de andere ingezetenen van Europeeschen, c.q. Nederlandschen, landaard" (Encyclopaedie van Ned.Indië, aflevering 41, pag. 1288.).

4

Sluiten