Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnen x>- De Inlandsche Christenen werden toen dus publiekrechtelijk niet tot de Europeanen gerekend, privaatrechtelijk wel. Ook volgens het Politiereglement voor de Moluksche eilanden van 1825, stonden ,,atie Inlander*, zoo negorij-volken, als burgers" voor den landraad terecht, dus ook de Inlandsche Christenen 2).

In de ordonnantie op het recht van successie en overgang 3) wordt naast de Europeanen en hun afstammelingen een groep van „met hen gelijkgestelden genoemd. Op de vraag wie tot deze groep behoorden, gaf een Besluit van 17 Juli 1838 ten antwoord, dat ,,Inlandsche Christenen in den geheelen Indischen Archipel aanwezig, die van geen Europeanen of derzelver afstammelingen afkomstig waren, en die zonder vermenging van bloed in hunnen oorspronkelijken staat zijn gebleven... er niet toe behoorden, zoodat blijkbaar gedoeld werd op die afstammelingen van Europeanen, die niet door den vader waren erkend, daar de „afstammelingen van Europeanen", als zoodanig er al toe behoorden 4). In denzelfden geest verplichtte een Besluit van 1830 de ambtenaren van den Burgerlijken Stand om buitenechtelijke kinderen in de geboorteregisters in te schrijven, „welke door Christenen werden aangegeven, onverschillig of zij zich al dan niet als de vader bekend maakten, mits zij de verplichting op zich namen het kind te verzorgen en in den Christelijken godsdienst op te voeden en de moeder hierin toestemde" 5), zoodat deze kinderen zich beroepende op hun inschrijving in den Burgerlijken Stand als Europeanen waren te beschouwen.

Zooals Mr. Prins terecht opmerkt, was dus de onderscheiding tusschen Europeanen en Inlanders niet dezelfde als die tusschen Christenen en Onchristenen 6).

Resumeerende kunnen wij zeggen, dat de Inlandsche

1) S. 1824: 19a en 28a. Oorspr. niet gecursiveerd.

2) S. 1825: 39, art. 6 en 7. Oorspr. niet gecursiveerd.

3) S. 1836: 17.

4) Vgl. Mr. Hekmeijer, pag. 21; Mr. Prins, pag. 660 en Recht in

Indië deel 20, pag. 157.

5) S. 1830: 31. Zie ook Mr. Prins, pag. 661.

6) Mr. Prins, op pag. 658.

Sluiten