Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christenen privaatrechtelijk als Europeanen waren te beschouwen, maar publiekrechtelijk stonden zij gelijk met Inlanders *).

Samenstelling der bevolking van Batavia omótreekó 7838. De Inlandsche bevolking van de residentie Batavia bestond in 1838 uit Javanen, Ambonneezen, Mooren, Chineezen, Arabieren, Bandaneezen, Maleiers, Boetonners, Boegineezen en Makassaren, Timoreezen, Balineezen, Soembawareezen en Mandareezen. Dit waren voor het meerendeel de afstammelingen van de personen, die zich in den Compagniestijd aldaar hadden gevestigd en „allen zeer veel van het oorspronkelijke karakter huns volks verloren hebben en door den handel zoowel als door gemengde huwelijken, tot één volk vereenigd schijnen" 2).

Onder de Europeesche bevolking (ongeveer 3000 personen in Batavia) worden volgens Roorda van Eysinga de nakomelingen van Portugeezen en andere Europeanen, die kinderen hebben bij Inlandsche vrouwen, mede begrepen.

De „Portugeesche" klerken, „die zich als Christenen, en vooral als bladschrijvers op eenig voornaam kantoor als gewigtige personen beschouwen", stoffeeren omomstreeks 1840 het straatbeeld van Batavia 3). Bij de zgn. Bataviasche Meibeweging van 7848 doen de „Portugeezen" nog van zich spreken 4).

Van de Papangers, door Roorda van Eysinga tot de Inlandsche bevolking gerekend, wordt in de Koloniale Verslagen tot 1853 nog melding gemaakt, als een gedeelte van de schutterij. Dat van 1849 zegt van hen, dat zij bestonden uit „vrijgegeven slaven, Maleijers, Moo-

*) Zie Mr. Hekmeijer, pag. 22.

2) P. P. Roorda van Eysinga, Handboek enz., Ille Boek, deel 2, pag. 325.

3) Zie P. P. Roorda van Eysinga, Aardrijksbeschrij ving van Ned.Indië, pag. 181 en Handboek enz. Ille Boek, deel 2, pag. 325 en 326.

4) Encyclopaedie van Ned.-Indië, aflevering 41, pag. 1289 en De Waal, Onze Indische Financiën, I, pag. 116 e.v.

Sluiten