Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd, wie met Europeanen werden gelijkgesteld, nl. „alle Christenen en alle personen niet vallende in de termen der volgende zinsnede" (lid 2) en wie met Inlanders werden gelijkgesteld, nl. „Arabieren, Mooren, Chinezen en allen die Mohammedanen of heidenen zijn" (lid 3). De Christen-Inlanders werden niet meer onder de Europeanen gerekend, daar men de woorden „daaronder begrepen die welke tot de inlandsche bevolkingen behooren" van art. 7 A.B. wegliet en in art. 109 R.R. een apart lid aan hen wijdde. Dit 4e lid luidde: „De inlandsche Christenen blijven onderworpen aan het gezag der inlandsche hoofden, en met opzigt tot regten, lasten en verpligtingen, aan dezelfde algemeene, gewestelijke en gemeentelijke verordeningen en instellingen, als de inlanders die het Christendom niet belijden". Het woord „blijven" wekte verwarring, daar men zou denken, dat de Christen-Inlanders vóór 1 Mei 1855 reeds in denzelfden toestand verkeerden als de Inlanders; dit was echter niet zoo door de bepaling van art. 10 A.B. jo. art. 3 der Invoeringsbepalingen *).

Kregen de personen in lid 3 vermeld den wettelijken naam „met Inlanders gelijkgestelden", vreemd doet het aan dat zij in hetzelfde Regeerings-Reglement, en wel in art. 73, „Vreemde Oosterlingen" werden genoemd. Beide benamingen werden sindsdien dooreen gebezigd.

Behalve het groote verschil tusschen art. 109 R.R. en de A.B., dat de Inlandsche Christenen in 1854 definitief van de groep der Europeanen werden uitgezonderd, was er een ander verschil, nl. dat de A.B. alleen zagen op het privaatrecht, terwijl het R.R. ook den publiekrechtelijken toestand regelde. Blijkt uit art. 6 A.B., dat het

ren, Chineezen, Mohammedanen en Heidenen, en dus niet anders dan Israëlieten konden zijn, antwoordde de Minister dat „indien deze opvatting juist was, datzelfde zou moeten gelden van Europeanen. (Want Europeanen zouden dan moeten zijn allen, behalve Christenen, Arabieren, Mooren, Chineezen, Mohammedanen en Heidenen, dus ook alweer Israëlieten). Want er is evenmin gezegd wie Europeanen zijn, als er gezegd wordt, wie Inlanders zijn".

Hierna werd het artikel zonder hoofdelijke stemming aangenomen . x) Zie Mr. Prins pag. 666.

Sluiten