Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Christen-Arabier is dus evenals een ChristenAfrikaan met Europeanen gelijkgesteld. Cordes evenwel acht de Arabieren, Mooren en Chineezen, die het Christendom belijden, aan de wetgeving voor Vreemde Oosterlingen onderworpen, hoewel op andere gronden dan Margadant. Volgens Cordes omvat de term „Inlandsche Christenen" in art. 109 lid 4 R.R. krachtens het bepaalde in art. 109 lid 1 R.R., mede de met Inlanders gelijkgestelde personen, die het Christendom belijden 1). In verband met de historische ontwikkeling van den term ,,Inlandsche Christenen" kunnen wij ons met een dusdanige interpretatie van dien term niet vereenigen.

Ten aanzien van de met Inlanders gelijkgestelden, dus zoowel voor de Arabieren, Mooren, Chineezen, als andere Mohammedanen en Heidenen, geldt het godsdienstcriterium .

De bovengenoemde „Afrikanen" waren afstammelingen van de sinds 1831 voor het Indische leger geworven recruten. Na het verlaten van den militairen dienst bleven deze soldaten in Indië, en kregen, wanneer zij zich in de kampong Doplang te Poerworedjo vestigden een stuk gronds om te bebouwen. Velen huwden met Javaansche vrouwen, terwijl in andere families „waar zoowel vader als moeder van zuivere afkomst" waren, het Afrikaansche type het beste bewaard bleef. Daar het overgroote deel tot den Christelijken godsdienst overging (Becking zegt: >>op twee na, die Mohammedaan zijn geworden"), werden zij staatsrechtelijk tot de Europeanen gerekend. De niet-Christen-Afrikanen rekende men onder de Inlanders. Door hun kenmerkende zwarte huidskleur hebben deze „Afrikanen" den karakteristieken naam „Belanda itam" gekregen; het talrijkst zijn zij te Poerworedjo en Semarang 2).

Regeeringtopva tting en Jurisprudentie.

Was de Regeeringsopvatting bij de samenstelling van

X) J- W. C. Cordes t.a.p. pag. 10.

.) Zie Becking „Een, beschrijving van Poerworedjo en omstreken" in Indië , 6e jaargang 1922, 1923, pag. 770 e.v. en Encyclopaedie van N.I. 2e druk, I, pag. 13 e.v. en II pag. 547 e.v.

S

Sluiten