Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1882 is het aantal gelijkstellingen vermeerderd met 32, waaronder één van een niet-Christen-Inlander, die dus niet aan het hoofdverdachte voldeed, maar toch werd gelijkgesteld met Europeanen. Ten onrechte meent Mr. Prins, dat gelijkstelling van On-Christen-Inlanders niet mogelijk was 1). Het vijfde lid van art. 109 R.R. toch zegt zoo ruim mogelijk, dat de Gouverneur-Generaal uitzonderingen kan maken op de toepaéóing der in art. 109 R.R. gestelde regeU. In 1886 en 1889 werd ook een Christen-Chinees met Europeanen gelijkgesteld.

De vrouw van een Inlander die met Europeanen wordt gelijkgesteld blijft tot haar eigen landaard behooren.

Welke rechtstoestand hebben nu de kinderen? Nederburgh 2) meent, dat een Inlander, die met Europeanen wordt gelijkgesteld, geen Europeaan wordt, zoodat zijn minderjarige kinderen, geboren na de gelijkstelling, die hoedanigheid niet van hem kunnen verkrijgen. Inlanders zijn zij volgens hem evenmin, omdat zij afstammen van iemand wiens ,,Inlander-zijn" hem is ontnomen door de gelijkstelling. De kinderen, geboren vóór de gelijkstelling, acht hij evenmin Inlanders te zijn, omdat niet gezegd kan worden, dat zij afstammen van een Inlander. ,,Geen Europeaan en geen Inlander zijnde, behooren de kinderen dus tot de gelijkgestelden en wel tot de Europeesche of tot de Inlandsche nevenklasse", al naar gelang zij het Christendom belijden, dan wel Mohammedanen of Heidenen zijn. De vader is een met Europeanen gelijkgestelde, ongetwijfeld; diens kinderen zouden dan met Europeanen gelijkgesteld zijn, als zij Christenen zijn en met Inlanders gelijkgesteld, als zij Mohammedanen of Heidenen zijn, concludeert hij. Nederburgh maakt hier echter verschil tusschen Europeanen en met Europeanen gelijkgestelden. Staatsrechtelijk is er van eenig verschil geen sprake, zoodat de betrokkene door de gelijkstelling ótaatórechtelijk Europeaan wordt. „Europeaan" in engeren zin kan hij nooit worden, dat is men door afstamming, evenmin als hij door een ordonnantie plot-

*) T.a.p. pag. 677.

2) Wet en Adat I, pag. 253 e.v.

Sluiten