Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten tweede op de onmogelijkheid om te bewijzen, dat deze lieden „van ouder tot ouder... van echte geboorte en niet gesproten (waren) uit Inlandscbe vrouwen die geen wettig huwelijk met hunne vaders (hadden) gesloten" x). Dit wijzen op den feitelijken toestand was in strijd met de gedachte in Bb. 4260.

Ten aanzien van de adoptie, de erkenning en de wettiging van natuurlijke kinderen door Europeanen kunnen wij het volgende opmerken. # >t

Vóór 1848 kon een Europeaan een „on-Christen kind adopteeren volgens een resolutie van 9 M.ei 1769 2) en sinds 1830 was, zonder erkenning, aangifte van een natuurlijk kind bij den Burgerlijken Stand door een Christen mogelijk. Deze adoptie of aangifte stond gelijk met een wettige geboorte 3).

Na de invoering van de nieuwe wetgeving in 1848 was adoptie door Europeanen niet meer mogelijk, daar het oud-Hollandsche en Romeinsche recht bij art. 1 Ov. was afgeschaft en het B.W. de adoptie niet kende. Art. 61 Ov. bepaalde evenwel, dat de gevolgen der adoptie, tot stand gebracht vóór de invoering der nieuwe wetgeving en de inschrijving in de registers van den Burgerlijken Stand, gedaan volgens S. 1830 : 31, beheerscht zouden blijven door de oude te dien aanzien geldende voorschriften. Sinds 1867 4) was bovengenoemde inschrijving niet meer mogelijk, daarvan genoemd jaar af „geen uit eene inlandsche moeder geboren natuurlijk kind in de voor Europeanen bestemde geboorte-registers (zou worden) ingeschreven, tenzij de vader Europeaan (was) en de aangifte door dezen met gelijktijdige erkenning van het kind geschied(d)e".

Erkenning van natuurlijke kinderen door Europeanen is sinds 1848 slechts mogelijk op den voet van de artikelen 280 e.v. B.W.

Aangaande de wettiging van natuurlijke kinderen door

x) Bb. 3968; zie ook Mr. Prins, t.a.p. pag. 675.

2) Opgenomen in Engelbrecht's N.I. Wetboeken 1933, 1, pag.

3) Zie de Louter, 3e druk, pag. 24 noot.

4) S. 1867 : 3.

Sluiten