Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens art. 15 Ov. en de verbintenis dan ook geen huwelijk was in den zin van het B.W. Als gevolg hiervan volgden de kinderen den staat der moeder, daar zij niet volgens het Europeesche recht gehuwd was. Zoo is het zelfs voorgekomen, dat de kinderen uit een zoodanig huwelijk door den Chineeschen vader geheel als Chineezen waren opgevoed en op een gegeven dag tot de ontdekking kwamen, dat zij Europeanen waren en dus hun staart moesten afscheren en Europeesche kleeding aannemen, wilden zij zich niet aan ongeoorloofde vermomming schuldig maken *).

Op de gemengde huwelijken, waarbij een der partijen tot de Iniandéche Christenen behoorde, was art. 15 Ov. eveneens van toepassing met dien verstande, dat na 1851 de Inlandsche Christenen in de Molukken 2) — op wier huwelijken, evenals op die van de Europeanen en met hen gelijkgesteld en art. 52 B.W. toepasselijk was — zich desverkiezende mochten onderwerpen aan de bepalingen van het reglement op den Burgerlijken Stand van 1849 3). In 1861 werd bij het reglement betreffende de huwelijken tusschen Inlandsche Christenen en Europeanen of hun afstammelingen in de Molukken 4) bepaald, dat zij zouden worden gesloten overeenkomstig de wettelijke voorschriften, bestemd voor den landaard van den man, of waaraan hij zich vrijwillig had onderworpen. Het stond den man, die tot de Inlandsche Christenbevolking behoorde, nl. vrij, zich volgens art. 15 Ov. te onderwerpen aan het Europeesche burgerlijk en handelsrecht. De vrouw werd van rechtswege door haar huwelijk onderworpen aan het privaatrecht van haar man. Dit reglement werd in 1874 mede van toepassing verklaard op de Inlandsche Christenen in de residentie Timor en Onderhoorigheden 5).

z) Praeadvies enz. Mr. v. d. Berg. pag. 16, waar dit geval medegedeeld wordt.

2) S. 1851 : 70.

3) S. 1849 : 25.

4) Zieartt. 12 en 13 van S. 1861 : 38.

5) S. 1874 : 63.

Omtrent den aard der gemengde huwelijken in de Minahassa zegt

Sluiten