Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,binnen het jaar na die ontbinding eene verklaring aflegt, dat zij tot Kaar oorspronkelijken staat wenscht terug te keeren". Het laatste lid van dit artikel zegt dat zij door deze verklaring van rechtswege „terugkeert tot het recht, waaraan zij onderworpen was voordat zij een gemengd huwelijk sloot".

Hertrouwt zij niet en verzuimt zij de genoemde verklaring binnen den vastgestelden tijd af te leggen, dan behoudt zij haar verkregen staat. Verandert de rechtstoestand van den man, staande huwelijk, door naturalisatie of door gelijkstelling krachtens art. 109 lid 5 R.R., dan volgt de vrouw dezen staat van den man volgens art. 2. Na de huwelijksontbinding behoudt zij dan dien nieuw verkregen staat ingevolge art. 3 van genoemd reglement.

Een Inlandsche vrouw, met een Europeaan huwende, wordt dus ,,Europeesche". Wenscht zij na de huwelijksontbinding weer „Inlandsche" te worden, dan kan dat geschieden door met een Inlander te huwen of door binnen een jaar na die ontbinding den wensch tot overgang naar haar oorspronkelijken staat te kennen te geven en bovengenoemde verklaring af te leggen.

Ten behoeve van de kinderen *) bepaalt art. 345 B.W\ dat de langstlevende der ouders de voogdij over de minderjarige kinderen uitoefent, voor zoover deze niet van de ouderlijke macht is ontheven of ontzet. Volgens art. 346 B. W. kon de Europeesche vader bij testament de moeder een bijzonderen raadsman toevoegen, wiens toestemming zij behoefde voor het uitoefenen der voogdij. Dit geval kon zich voordoen, indien de vader de moeder, oorspronkelijk van een anderen landaard, minder geschikt achtte om het gezin na zijn dood voort te zetten. In 1927 is deze bepaling evenwel ingetrokken, zoodat nu de uitoefening der voogdij door de vrouw aan geen beperking meer onderworpen is. Een soortgelijke omstandigheid deed zich voor wanneer de man Chinees was. De vrouw kon dan voogdes worden over haar minderjarige kinderen onder toezicht van twee raadslieden en had zij een zoon,

*) Zie hierover Wetgeving voor Ned. Indië, I, pag. 23.

Sluiten