Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christen-Afrikanen enz. zouden dus alleen door naturalisatie tot Nederlander in de groep der Europeanen

kunnen blijven.

Wij zullen nu nagaan, welke personen door art. 163 lid 2, 3 en 4 I.S. tot de drie bevolkingsgroepen worden gerekend.

A. Aan de bepalingen voor Europeanen zijn onderworpen:

le Alle Nederlanders.

Wie hieronder vallen, zegt de wet op het Nederlanderschap van 1892 1), welke eigenaardig genoeg nooit in het Indische Staatsblad is verschenen.

2e Alle niet-Nederlanders, die uit Europa afkomstig

„Afkomstig "moet hier opgevat worden als: door geboorte en afstamming afkomstig. Hieronder vallen dus b.v. Franschen, Engelschen, Duitschers en dergelijke personen. Een meer duidelijke redactie wordt voorgesteld in „Vierentwintig ontwerpen enz.", door dezen term te vervangen door „die in Europa uit aldaar gevestigde ouders zijn geboren".

3e Alle Japanners. ..

Hieronder vallen alle personen, die dit zijn volgens de Japansche wetten. In plaats van „Japanners' lezen wij in de meer vermelde „Vierentwintig ontwerpen enz. : „alle Japansche onderdanen" 2). Zij zijn reeds m 1»99 onder de groep der Europeanen gebracht om politieke redenen 3). Door alle Japanners van de groep der Vreemde Oosterlingen in de groep der Europeanen over te brengen, heeft de wetgever dus in 1899, ten aanzien van de gelijkstelling met Europeanen volgens art. 109 lid 2 R.R., het godsdienstcriterium losgelaten. Het tweede en derde lid van genoemd artikel werd dan ook m dien zin gewijzigd, dat met Europeanen werden gelijkgesteld „alle Christenen, alle Japanners en alle personen, niet

!) Ned. S. 1892: 268.

2) T.a.p. pag. 11. im

3) Zie Mr. Kleintjes, Staatsinstellingen I, 6e druk, pag. 11U.

Sluiten