Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallende in de termen der volgende zinsnede". Met Inlanders werden gelijkgesteld „Arabieren, Mooren, Chineezen en allen, niet genoemd in de vorige zinsnede, die Mohammedanen of heidenen zijn" *).

4e Alle van elders afkomstige personen, die niet begrepen zijn onder de nos 1 en 2, die in hun land onderworpen zouden zijn aan een familierecht, in hoofdzaak berustende op dezelfde beginselen als het N ederlandsche.

Onder „van elders afkomstig" moet worden verstaan, elders dan Nederlandsch-Indië. Deze formuleering heeft betrekking op personen als b.v. Amerikanen, ZuidAfrikanen, Australiërs en dergelijke personen. In het algemeen omvat deze groep de Christen-Vreemdelingen. Mr. Prins acht een moeilijkheid aanwezig ten aanzien van de Chineezen, „die in hun vaderland niet, doch in Nederlandsch-Indië wel aan een zoodanig familierecht onderworpen zijn" 2). Maar de Chineezen, van ouder op ouder in Nederlandsch-Indië gewoond hebbende, verkeeren wat afstamming betreft, toch in een zelfde positie als de Amerikanen, Zuid-Afrikanen, Australiërs enz. Zij zijn in het land hunner inwoning evenmin autochtoon. „De uitdrukking „in hun land" is vaag", meent Mr. Kleintjes. „Wordt hiermede bedoeld de staat, waartoe iemand krachtens onderdaanschap behoort of het land, waar hij langeren tijd gewoond heeft?" 3), vraagt hij terecht. Hoelang moet deze tijd geduurd hebben? De Chineezen in Nederlandsch-Indië kunnen o.i. wel van „hun land" spreken, ten aanzien van het land hunner inwoning. „Feitelijke omstandigheden (zullen) bij de beslissing den doorslag moeten geven", zegt Mr. Kleintjes. Met het in hoofdzaak berusten op dezelfde beginselen van een familierecht, als het Nederlandsche, wordt gedoeld op monogamie. Ten aanzien van de Turken kon, voordat zij de polygamie afschaften, zich de eigenaardigheid voordoen, dat de Turken, die in het Euro-

x) S. 1899: 202 (Ned. S. 1899: 121).

2) T.a.p. pag. 680.

3) Mr. Kleintjes, Staatsinstellingen I, 6e druk, pag. 111 e.v.

Sluiten