Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besluit van den Gouverneur-Generaal in S. 1864 : 142 niet van toepassing is in het gebied, waarvoor genoemd

reglement geldt. . ,

Volgens een mededeeling in de Memorie van Antwoord op de algemeene beschouwingen van den Volksraad over de begrooting voor het dienstjaar 1935 zijn de voorbereidende werkzaamheden, voorafgaande aan de inwerkingtreding van het Reglement van den Burgerlijken Stand voor Christen-Inlanders op Java en Madoera, in de Minahassa en in Amboina, reeds aangevangen 1).

In tegenstelling met de groep der Europeanen draagt de bevolkingsgroep der Inlanders een ethnologiscn k&r&ktcr.

Overgang tot een andere bevolkingsgroep dan die der Inlanders kan voor Inlanders plaats vinden door overgang tot de groep der Europeanen krachtens „toepasselijkverklaring", naturalisatie, gemengd huwelijk (voor de vrouw), erkenning of wettiging. Door de bepalingen voor den Burgerlijken Stand voor Europeanen en voor Chineezen is een oplossing in een hunner groepen prac-

tisch niet meer mogelijk. . .

Bij S. 1864 : 142, werd de facultatieve inschrijving in de registers van den Burgerlijken Stand voor de Inlandsche Christenen in Nederlandsch-Indië gehandhaafd, zoodat deze vergunning, welke aan de Inlandsche Christenen te Dèpok en Toegoe en de buiten Java en Madoera

gevestigden was gegeven, stilzwijgend werd uitgebreid tot alle Inlandsche Christenen in Nederlandsch-Indie. Sinds 1907 2) moet, ingeval van deze vergunning gebruik wordt gemaakt, in de geboorteakte tevens worden vermeld, dat de ouders zijn Christen-Inlanders. Stilzwijgende overgang tot de groep der Europeanen van CbndenInlanderó en hun afstammelingen is dus niet meer mogelijk.

Zelfs in de Zelfbesturende Landschappen met Korte Verklaring worden de „afstammelingen van Vreemde Oosterlingen, die zich zoozeer met de inheemsche bevolking hebben vermengd, dat zij geacht kunnen worden

ï^Handëlïngen Volksraad 1934 (10 Juli 1934), Ond. 1 - Afd. II .— stuk 6, pag. 7.

2) S. 1907: 253.

Sluiten