Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van art. 46 I.S. bestaan nog de desa- en wachtdiensten, die eveneens worden gevorderd van de Inlandsche bevolking en waarvan de regeling aan de Inlandsche gemeente zelve wordt overgelaten *).

e. Rechtspraak.

Op het gebied der rechtspraak spreekt het dualisme uit de afzonderlijke politiereglementen en andere strafverordeningen voor de verschillende bevolkingsgroepen. Zoo was er o.a. een Strafwetboek van 1866 voor Europeanen en een voor Inlanders van 1872 2); eveneens bestond er een afzonderlijk Algemeen Politiestrafreglement voor Europeanen en een voor Inlanders, beiden van 1872 3). Volgens art. 109, eerste lid, R.R. waren genoemde regelingen ook toepasselijk op de met beide groepen gelijkgestelden. Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat de Kroon en de ordonnantiegever het bij de vaststelling van genoemde Strafwetboeken en Politiestrafreglementen het noodzakelijk oordeelden om uitdrukkelijk te verklaren, dat het Strafwetboek en het Algemeen Politiestrafreglement voor Europeanen, niet van toepassing waren op Inlandsche Christenen en dat die voor Inlanders wei op Inlandsche Christenen toepasselijk waren 4).

De politierechtspraak is sinds 1914 voor alle landaarden gelijkelijk geregeld in het ,,Landgerechtreglement" van 1914 5).

De regeling tot bestrijding van den woeker van 1916 is eveneens van kracht voor alle bevolkingsgroepen 6).

Sinds 1918, toen het nieuwe Strafwetboek van 1915 in werking trad 7), zijn alle bevolkingsgroepen, althans voor zoover het materieele strafrecht betreft, aan genoemd Strafwetboek onderworpen.

*•) Zie art. 16 Inlandsche Gemeente-ordonnantie (S. 1906: 83) en Mr. Kleintjes, Staatsinstellingen II, 6e druk, pag. 386.

2) S. 1866: 55 en S. 1872: 85.

3) S. 1872: 110 en 111.

4) Zie Mr. Carpentier Alting, Grondslagen enz. 2e druk, pag. 107.

5) S. 1914: 317.

6) S. 1916: 643.

7) S. 1915: 732.

Sluiten