Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot dat dienaangaande nader zal zijn voorzien, de tot de inlandsche bevolking behoorende Christenen over geheel Nederlandsch-Indië, met opzigt tot het burgerlijk- en handelsregt, alsmede tot de strafwetgeving en de regtsbedeeling in het algemeen, geheel en al zullen blijven in hunnen tegenwoordigen regtstoestand, en zulks met dien gevolge, dat, voor zoo ver zij thans met inlanders zijn gelijkgesteld, alle de in de nieuwe wetgeving omtrent deze laatsten gemaakte bepalingen ook op hen zullen toepasselijk zijn.

REGEERINGS REGLEMENT VAN 1854 (WET VAN 2 SEPT. 1854, S. 1855:2, Ned. S. 1854 : 129)

Artikel 109

De bepalingen van dit reglement en van alle andere algemeene verordeningen, waarin sprake is van Europeanen en inlanders, zijn, waar het tegendeel niet bepaald is, toepasselijk op de met hen gelijk gestelde personen.

Met Europeanen worden gelijkgesteld alle Christenen en alle personen, niet vallende in de termen der volgende zinsnede.

Met inlanders worden gelijkgesteld Arabieren, Mooren, Chinezen, en allen die Mohammedanen of heidenen zijn.

De inlandsche Christenen blijven onderworpen aan het gezag der inlandsche hoofden, en met opzigt tot regten, lasten en verpligtingen, aan dezelfde algemeene, gewestelijke en gemeentelijke verordeningen en instellingen, als de inlanders die het Christendom niet belijden.

De Gouverneur-Generaal kan, in overeenstemming met den Raad van Nederlandsch-Indie, uitzonderingen maken op de toepassing der in dit artikel gestelde regels.

WIJZIGING VAN ART. 109 R.R. (S. 1899: 202, Ned. S. 1899: 121)

Eenig artikel

Het tweede en derde lid van artikel 109 van het bij de wet van 2 September 1854 (Staatsblad no 129) vastgestelde Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indië worden gelezen: Met Europeanen worden gelijkgesteld alle Christenen, alle Japanners en alle personen, niet vallende in de termen der volgende zinsnede.

Met Inlanders worden gelijkgesteld Arabieren, Mooren, Chineezen en allen, niet genoemd in de vorige zinsnede, die Mohammedanen of heidenen zijn.

Sluiten