Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET VAN 31 DECEMBER 1906, S. 1907: 205 (Ned. S. 1906: 347)

ARTIKEL I

Artikel 109 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indië, vastgesteld bij de wet van 2 September 1854 (Staatsblad no 129), zooals dat artikel is gewijzigd bij de wet van 19 Mei 1899 (Staatsblad no 121), wordt gelezen:

Wanneer bepalingen van dit Reglement, van algemeene en andere verordeningen, reglementen, keuren van politie en administratieve voorschriften onderscheiden tusschen Europeanen, Inlanders en vreemde oosterlingen, gelden voor hare toepassing de navolgende regelen.

Aan de bepalingen voor Europeanen zijn onderworpen.

Ie alle Nederlanders;

2e alle personen, niet begrepen onder no 1, die uit buropa a±komstigzijn;

3e alle Japanners en voorts alle van elders afkomstige personen, niet begrepen onder nos 1 en 2, die in hun land onderworpen zouden zijn aan een familierecht, in hoofdzaak berustende op

dezelfde beginselen als het Nederlandsche;

4e de in Nederlandsch-Indië geboren wettige of wettelijk erkende kinderen en verdere afstammelingen van de personen, bedoeld onder nos 2 en 3.

Aan de bepalingen voor Inlanders zijn, behoudens den bij algemeene verordening te regelen rechtstoestand der Inlandsche Christenen, onderworpen allen, die behooren tot de inheemschebe volking van Nederlandsch-Indië, en niet tot eene andere bevolkingsgroep dan die der Inlanders zijn overgegaan, gelijk mede zij, die, behoord hebbende tot een andere bevolkingsgroep dan die der Inlanders, zich in de inheemsche bevolking hebben opgelost.

Aan de bepalingen voor vreemde oosterlingen zijn, behoudens den bij algemeene verordening te regelen rechtstoestand dergenen onder hen, die het Christendom belijden, onderworpen allen, die niet vallen in de termen van het tweede of van het derde lid van dit artikel.

Ieder kan volgens bij algemeene verordening te stellen regelen door den rechter doen beslissen tot welke categorie van personen hij behoort.

ARTIKEL II

Wanneer in bestaande algemeene en andere verordeningen, reglementen, keuren van politie en administratieve voorschriften wordt gehandeld over met Inlanders gelijkgestelde personen, zijn daaronder te verstaan zij, die krachtens artikel I dezer wet aan de

Sluiten