Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

Overzicht van de litteratuur over de ververij in verband met het Bouck va Wondre.

De kunst om wol, zijde, katoen, vlas, haar, veeren en andere organische stoffen zoodanig met gekleurde stoffen te doordringen, dat deze door wasschen noch door dagelijksch gebruik weder daaruit verdwijnen wordt in de techniek en wetenschap verven genoemd. 1)

Men spreekt van een verfstof wanneer de onderhavige kleurstof in meer of mindere mate voldoet aan de te stellen eischen van waschechtheid en lichtechtheid. 2)

De ververij is ongetwijfeld een der oudste kunsten. Reeds Plinius 3) beschrijft hoe de oude Egyptenaren ze beoefenden. Deze bedienden zich reeds van bijtsmiddelen, dat zijn stoffen die niet in staat zijn zelf de kleuring te veroorzaken, maar desniettegenstaande de eigenschap bezitten om de kleurstoffen aan te trekken en zoo op de stoffen te bevestigen.

In de stad Tyrus werd de purperververij en den handel in geverfde stoffen in grooten omvang gedreven. **)

Hoogstwaarschijnlijk is het oude purper, dat in die tijden als het symbool der vorstelijke en priesterlijke waardigheid gold in Tyrus uitgevonden. Zeker is het dat de stad aan de purperververij een deel van haren rijkdom en grootheid dankte. 5)

x) Technologisch woordenboek — K. Karmarsch en Fr. Heeren — C. L. Brinkman — Amsterdam, p. 1919.

2) Leerboek der chemische technologie F. H. Eydman Jr. — S L van Looy Amsterdam — 1906 — p. 425.

) Historia Naturalis — boek 35 —■ par. 150.

4) Die Geschichte der Farberei — Paul Ruggli — Basel — Emil Birkhauser en Cie — 1927 — pag. 280, verder K. Faymonville — Diss. Heidelberg — 1S00 — Die Purpurfarberei.

") Aristoteles. Hist. aniraal. IV. 4. par. 1—19; V. 10. par. 2; 13 par. ' VIII. 16. par. 1. Ed. C. Schneider Leipzig — 1811.

Strabo — Geographica Lib. XVI c. 757 — deel 22—23 — paq 1056 td. Aug. Meineke Leipzig 1877.

Sluiten