Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plant, in het Gallisch „glastum genaamd, waarmede de vrouwen en dochters der Britten hunne lichamen besmeren bij zekere gelegenheden, zij loopen dan naakt daar zij de kleur der Ethiopiërs hebben. Plinius wist dat de Isatis een blauwe kleurstof bevatte en tevens dat de Indigofera dit eveneens heeft, want hij schrijft dat echte indigo vervalscht wordt met krijt en duivenmest en bezoedeld met weede.

Ovidius3) spreekt van virides Britannos, ,,groene Britten", terwijl de Teutonen hun blond haar zwart maakten met weede en ook hun kin met dezelfde verfstof besmeerden.

Pomponius Mela4) bevestigt de mededeeling van Julius Caesar terwijl HerodianusS) zegt dat de oude Britten geen kleeren kenden en verder: „Zij beschilderden hun lichaam met verschillende figuren van alle soorten van dieren en dragen geen kleeren uit vrees deze figuren te verbergen."

Zooals reeds in Hoofdstuk I vermeld is, ontwikkelde de ververij zich opnieuw in de Middeleeuwen. Zoo komt de Isatis het eerst ter sprake in het Capitulare de villis van Karei den Groote6). Omstreeks het midden der 11e eeuw moesten de slavische bewoners van de ,,Orlagau" aan het klooster van den H. Petrus in Keulen een zwarte verfstof leveren die met „worin werd aangeduid 7). Men kan wel aannemen dat dit de weede was, want zwart werd eertijds uitsluitend met behulp van weede geverfd. In het algemeen was de weede cultuur reeds vroegtijdig in de oostelijke slavische grenslanden in bloei, het blauw is namelijk een door de slavische volken bij voorkeur gebruikte kleur. Uit de in het voorafgaande geciteerde plaatsen kan men niet tot een aanbouw van de Isatis op groote schaal besluiten. Dit blijkt wel uit een verordening van Graaf Adolf von Holstein uit het jaarl2368). Hierin worden voor de kooplieden uit de Mark (bedoeld is

5) Ovidius-Amorum — B II — XVI — 39 „Femina canitiens Germanis inficit herbis, et melior vero quaeritur arti color".

4) Pomponius Mela — II — 1.

5) fierodianus —■ III — 17.

6) Capitulare de villis C. 43.

7) Heinrich Leo. Untersuchungen zur Besiedelung und Wirtschaftgeschichte des Thüringer Osterlandes in der Zeit des frühen Mittelalters. Diss/Leipzig, (1900) S. 19 — Dobenecker, Regest, histor. Thur I, S. 191 Isatis wordt in de oudste oorkonden genoemd: waisdo, wede, with, wit, weit. weijt, weijdt.

8) Hanseatisches Urkundenbuch I — 277 — Hamb. Urkundenbuch, bearbeitet von Johann Martin Lappenberg, pag. 433.

Sluiten