Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Salzwedel en Stendal) de douanetarieven verminderd. Deze golden voor Hamburg en voor den uitvoer naar Vlaanderen. Het heet daar: „Item de qualibet mesa wede, cum quo panni colorantur".

Er bestaat een verordening van gravin Margaretha van Vlaanderen uit het jaar 1252 9) waarin de weede vermeld wordt tusschen de koopwaren waarvan men invoerrechten moest betalen. Er staat: ,,Cupa de weda 2 Pf.„mesa sive tónna de weda 4 Pf.".

In het douanetarief van de ridders Jan van Ghistelles en Wulford van Wasdine in het jaar 1252 10) voor de kooplieden van het rijk van kracht komt het volgende voor: „Dit ziin die toolnen ende die costumen, die de coopmans van den RoomBchen Keyserrike

Die waghen weeds 7 Pf., diet bringt ene carré 3 Pf., een scip weeds 7 Pf." De eerste aanwijzing dat de Isatis in Thüringen aangebouwd werd dateert uit het jaar 1250 11). De schrijver Bartholomeus haalt in zijn statistiek van alle renten die den aartsbisschop van Mainz toekomen het volgende aan: „Denarius, qui dicetur Withphenik" en „Denarius qui dicetui wit". Omstreeks 1250 verschijnt de weede in de Nederlandsche litteratuur. Zooals in Hoofdstuk II vermeld is in de „Cyrurgie van Mr. Jan Yperman" op pag. 171—-173 sprake van: „weede asch", terwijl recept 129 van het boek „Middelnederlandsche recepten enz." eveneens van „wede-asschen" spreekt. In het jaar 1262 hebben de graven Johann I en Gerhard I van Holstein een douanetarief vastgesteld voor de kooplieden uit de Mark Brandenburg, van den markgraaf van Meiszen, van den aartsbisschop van Maagdenburg en van den hertog van Brunswijk en Saksen, evenals voor alle vreemde kooplieden die Hamburg bezochten. In dit tarief wordt de weede genoemd. De tekst luidt als volgt:

„Notandum etiam, quod mercatores marchionum de Bran-

denborch de decem mesis wede unam marcam argenti

dederunt. Notandum etiam, quod mercatoribus marchionum de Brandenborch ex parte nostri specialiter est privilegiatum

jus ipsorum de mesa wede, cum quo panni colorantur,

21 s. Notandum est praeterea, quod mercatores marchionis

9) Hans. Urk. Buch. — Buch I, 432.

10) Hans. Urk. Buch — I — 435.

") Zschiesche, der Erfurter Waidbau und Waidhandel — S. 40.

Sluiten