Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitschland: De districten van Thüringen en van Jülich.

Frankrijk: De districten van Languedoc, van de Somme en van Normandië.

Engeland: De districten van Sommerset en Lincolnshire.

Italië: Het district van Florence.

De plant Isatis 28) behoort tot de Cruciferae en is inheemsch in Midden- en Zuid-Europa, verder in het Oosten: KleinAzië e.d.

Omtrent het begin der cultuur zij verwezen naar het voorafgaande.

De uitzaai had plaats in den herfst — winterweede — of in het voorjaar — zomerweede —. De meest geschikte bodem was zware goed vocht doorlatende klei of leem, bijv.: versch omgeploegd grasland of een alluviale strook langs een rivier. Tegen einde Juni of begin Juli kon het verzamelen der bladeren beginnen. Een krachtige plant bezit bladeren van een voet lang en zes duim breed. In de Nederlandsche kalender uit omstreeks 1300 in het receptenboek uitgegeven door de Vreeze is er sprake van een wedemaent, dit is de maand Juni, wel een bewijs van den invloed dezer cultuur op het economisch leven van dien tijd.

Beyerinck heeft het gehalte der bladeren op indigo onderzocht. Hij extraheerde de bladeren met heet water onder afsluiting van de lucht. Het gele extract werd door toevoeging van alkali groen. Door toevoeging van verdund zuur werd vervolgens de indigo neergeslagen als blauw precepitaat. Van de bladeren geplukt in de maand September kreeg hij een opbrengst van 0.09 %. De planten groeiden in Nederland 29). De ouderdom der bladeren is van grooten invloed op het indigo-gehalte. Een beeld hiervan geven proeven genomen met planten gekweekt te Parson Drove in Cambridgeshire. Er werden telkens een halve kilo bladeren genomen met een leeftijd van 28.30, 34 en 66 dagen. De opbrengst was respectievelijk 1.5, 2.4, 2.1 en 0.6 gram ruwe indigo. De middeleeuwsche extractiemethode is herbeproefd door Plowright. Hij deed in een vat van acht gallons een mengsel van: weede.

28) C. Wehmer — Die Pflanzenstoffe ■— II Aufl. — Jena-Gustav Becher — (1929) — 1931 —< Band I — p. 397.

2B) Beyerinck — On the Formation of Indigo from Woad — Nature — LXI — (1899) — (1900) — pp. 71, 331 ook J. R. Horticultural Soc. XXVI — (1901) — (1902) p. 40.

Sluiten