Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tatie wordt echter regelmatiger op gang gehouden door de weede38). De moderne weede-indigokuip is als volgt samengesteld39). In een vat van 1500 liters bevindt zich water van 65° C. Hierin worden 500 kilo weede gebracht en een dag geroerd. Den volgenden dag worden bijgevoegd: 20 kilo indigopoeder, 20 kilo zemelen, 7 kilo meekrap en 12 kilo gebluschte kalk. Het mengsel wordt nu twee of drie maal per dag geroerd en ieder keer 1—2 kilo gebluschte kalk toegevoegd. De temperatuur wordt ± 60° C. gehouden. Na een paar dagen krijgt de vloeistof een gele kleur tengevolge van de vorming van indigowit. Dompelt men hierin wollen stoffen gedurende een tot zes uur, afhankelijk van de diepte van de kleur die men wil verven, wringt daarna de overtollige vloeistof uit tusschen walsen, dan bezorgt verder de luchtzuurstof de oxydatie tot indigoblauw. De Desmobacterium hydrogeniferum 40) veroorzaakt de vorming van melkzuur en boterzuur benevens waterstof. De kalk heeft een dubbele rol. Hij houdt de fermentatie in toom zoodat ze niet te heftig wordt en bezorgt de oplosbaarheid van het indigowit dat alleen in alkalische vloeistoffen oplost. Wordt de fermentatie te traag, dan helpt toevoeging van zemelen al of niet in verband met temperatuurstijging. Wordt een dusdanig blauw geverfde stof met natriumbichromaatoplossing gebijtst waarbij chroomhydroxyd op de vezel neerslaat en daarna met fisetine of alizarine geel opgeverfd, dan ontstaat een groene kleur. Wanneer de blauwe stof wordt gekookt in Campêchehout-oplossing en daarna gebijtst wordt met ferrosulfaat ontstaat een diep zwarte kleur. De Engelsche ververs spreken van „woaded greens" en „woaded blacks".

Hier volgen nog de structuurformules van indigo en indigowit zooals ze door het onderzoek en de synthese op de eerste plaats van von Baeyer bevestigd zijn.

indigo indigowit

3S) Ure — Dictionary of Arts, Manufactures and Mines — (1863) — II — p. 517.

38) G. Martin — industrial and Manufacturing Chemistry — 1918 I (organic) p. 555 ook Thorpe — Dictionnary of Applied Chemistry — (1912) — II — p. 293.

40) Wendelstadt 6 Binz — Berliner Berichte — (1906) — p. 1627.

Sluiten