Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderzoek. Uit een en ander volgt dat luteoline is l-3-31-41tetra-oxy-flavon waaraan de volgende structuurformule moet worden toegekend:

Op gebijtste wol krijgt men de volgende kleuren aluinbijts: geel; chroombijts; bruingeel; tinbijts; lichtgeel; ijzerbijts; donker bruin olijfkleurig.

4. FISETHOUT — FISETINE.

Dit hout is afkomstig van den Rhus cotinus-looiersboom — sumak of smak. Hij groeit in geheel Zuid-Europa in het wild. Ook Jamaica en de Levant levert dit hout.

Chevreul 124, Preiszer 125), Bolley 126) kwamen bij hun onderzoek niet tot gekristalliseerde stoffen met constant smeltpunt. Ze hielden fisetine identiek met quercetine. In 1872 kreeg Koch |27) bij de analyse van fisetine getallen waaruit hij besloot dat fisetine het aldehyde van quercetine was.

In 1886 kwam Schmid128)tot een bevredigend resultaat. Hij extraheerde een technisch extract met kokenden alcohol waaraan eenig azijnzuur was toegevoegd. Na filtratie en afdestilleeren van een gedeelte van den alcohol worden de looizuren met loodacetaat neergeslagen en afgefiltreerd. De oplossing wordt met H2S behandeld, het PbS afgefiltreerd en het filtraat op de helft ingedampt in water uitgegoten. De verfstof scheidt zich hierbij af. Hij wordt afgefiltreerd, bij 100° C gedroogd en eenige keeren uit een mengsel half alcohol half

1'-4) Chevreul — Legons de chimie appliqués a la teinture A II — p. 150.

125) Preiszer — Journ. de pharm. et de chim. 3 Serie.

126) Bolley — Schweiz. polyt. Zeitschr. — (1864) — 9—22.

127) Koch — Ber. der deutsch. chem. Ges. — 5—285 (1872).

128) /. Schmid — Ber. der deutsch. chem. Ges. — 19—1734 (1886).

Sluiten