Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het onderzoek in het laboratorium van Zsigmondi 147) aan tinoxyde solen heeft hier wel eenig licht gebracht. Wanneer het metaalverfstofzout zeer slecht oplosbaar is, dan heeft de reactie plaats volgens stoeichiometrische wetten en is de verbinding niet gemakkelijk te ontleden. De verfstof is waschecht. Wanneer echter het metaal verfstof zout beter oplosbaar is dan vereischt het verfbad een beduidend hoogere concentratie aan verfstof. Verder is dan de verfstofzuurrest sterker ionogeen en kan door andere ionen bijv. vetzuurresten vervangen worden. De verfstof is niet waschecht. De ranzige olijfolie — tournantolie — die in het Turksch roodproces gebruikt wordt bevat vrij vetzuur. Het is zeer wel mogelijk dat de aluinbijts een aluminiumvetzuur zout hiermede vormt. Een dergelijk zout munt immers uit door slechte oplosbaarheid.

6. ROODHOUT.

Deze houtsoort, afkomstig van diverse variëteiten van de Caesalpinia was reeds lang vóór de ontdekking van Amerika in Europa bekend. Het werd in de ververij gebruikt en via Bagdad uit Oost-Indië ingevoerd. De Spanjaard Kinichi. + 1190, spreekt van verfstofhoudende houtsoorten. Hij geeft ze den naam Bresil of Brasil. De naam is afgeleid van: braza = vuurgloed. De Spanjaarden ontdekten in 1500 ZuidAmerika en gaven den naam Brazilië aan het land waar het Brasilhout in geheele bosschen voorkwam 148).

Men onderscheidt een aantal soorten waarvan de voornaamste zijn:

1) Fernambuc — of Fernamburghout — bois de Fernambouc, brazilwood afkomstig van Caesalpinia crista of Caesalpinia brasiliensis. Dit is de beste soort. Ze komt hoofdzakelijk voor in den staat Paraibo en wordt over Pernambuco uitgevoerd.

2) Bahia — roodhout of bresilhout van de Caesalpinia brasiliensis. De uitvoerhaven is Bahia blanca. Ook San Francisco en Buenos-Aires exporteeren deze soort.

3) St. Martha roodhout — bois du sang — peachwood afkomstig van Caesalpinia echinata. Het is afkomstig van de Siërra Nevada in Mexico. Het geldt in den handel voor tweede soort roodhout.

147) Fcanz — Diss. Göttingen — 1913; E. Heinz. — Diss. Göttingen — 1914.

148) H. Rupe — Die Chemie der natürlichen Farbstoffe l.c. — pag. 124.

Sluiten