Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor Christus en daarmee heeft hij 't wezen der bouwkunst

voor alle tijden omvat. . ,

De volgorde van Laotse aanvaardend, wil ik ook beginnen met muren, vensters en deuren, d.w.z. met de elementen, waaruit het gebouw samengesteld is, het gebouw, dat op zijn beurt gevolg is van de ruimte, die het omsluit. Eigenlijk is elk qebouw een soort gietvorm. Wanneer wij een gebouw zouden kunnen volgieten met gips en daarna het gebouw verwijderen, dan zouden de overblijvende gipsvormen ons inlichten omtrent de wezenlijke bedoelingen van den bouwkunstenaar. Maar, het is niet noodig gebouwen te vullen met gips. Zij dienen vol te zijn van „ontroering". Daarom is in een goed gebouw „spanning", het staat „gespannen" om de ruimte, die het omsluit, vol van ontroering. Deze spanning tot uitdrukking te brengen in een gebouw, is een van de opgaven van den bouwkunstenaar. Een gebouw zonder spanning is futloos, zegt een lesje op, overtuigt ons niet.

Wanneer we beginnen met kennis te verzamelen, het gebouw betreffende, dan verzamelen wij kennis omtrent de gietmal. Aan 't wezenlijke zijn we dan nog niet toe, alleen maar aan de geboden en verboden. Geboden en verboden omvatten meestal waarden van den tweeden rang. Eerste-rangs is alleen wezensinzicht. Wijsheid is „weten van wezen . AMe: „gij moet", dat geen innerlijk moeten geworden is, is dicht bij domme tirannie, alle „gij moogt niet", waarvan de innerlijke bedoeling niet te vatten of niet langer te handhaven is, is evenzeer domme tirannie. Op tijd en plaats komt het er dus ook aan, de tirannie der geboden en verboden te verdrijven, omdat zij anders „ons hert doorwondt", d.w.z. tot levensbedreigende macht worden, of dat reeds geworden is.

Een qebouw is samengesteld uit wanden, vloeren en zolders, deuren en ramen, fundamenten en dak. De muren vormen de loodrechte begrenzingen der ruimte, vloeren en zolders de horizontale. Ramen laten 't licht binnen, dat al e ruimten tot teven wekt, deuren den mensch, die de macht der ruimte

opriep, om ze te ondergaan.

Onder de muren zijn de fundamenten, tot dracht van qeheele gebouw. Boven muren en zolderingen verhett zich het dak, bestemd tot 't opvangen en afvoeren van t regenwater. Gevangen tusschen muren, vloer en zoldering is de ruimte. Zelf onstoffelijk, modelleert zij de stoffelijke elementen, die

Sluiten