Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de moderne stadsaanleg kan de omwalling vervangen door rondwegen, ceintuurbanen, gepaard aan een verbod, buiten de rondwegen te bouwen. Dit schijnbaar zoo eenvoudige middel lintbebouwing tegen te gaan, blijkt in de practijk niet altijd gemakkelijk door te voeren. Of men denkt er eenvoudig niet aan, of het goede voornemen strandt op het privaatbezit van den grond. Elk nieuw uitbreidingsplan beteekent speculatie en grondwoeker in onzen gezegenden tijd, en vele uitbreidingsplannen zijn er over gestruikeld en zullen er nog over struikelen.

Komt een uitbreidingsplan toch tot stand, dan vinden wij er drie soorten bebouwing.

De eerste soort bebouwing, bestaande uit afzonderlijke woningen, gaat uit van het particulier initiatief. De woonwijken die op deze manier ontstaan, hangen aan elkaar als droog zand en hebben alleen waarde als zichtbaar bewijs tot welk een verwarring het hoog geprezen particulier initiatief heeft geleid.

De tweede soort van bebouwing van een uitbreidingsplan is die door middel van woningbouwvereenigingen. Deze wijze van bebouwing heeft verreweg de beste resultaten opgeleverd. Vele van deze woonwijken hebben iets van de charme en de eenheid van de oude stad. Meestal vertoonen zij een behoorlijke afwisseling van straat, groen en gebouw en zijn de meer belangrijke gebouwen, kerken of scholen er op behoorlijke plaatsen, op de juiste wijze in geëtaleerd.

De derde soort van bebouwing is de bebouwing door middel van groote blokken, gebouwd door bouwmaatschappijen. In eerste aanleg waren de resultaten zoo verschrikkelijk, dat de overheid zich nolens volens wel gedwongen zag, enkele eischen te stellen, wat de schoonheid aangaat. Met de beoordeeling hiervan werden de schoonheidscommissies belast, samengesteld uit architecten en met tot taak, de beoordeeling van bouwplannen uit een schoonheidsoogpunt. De plannen der eigenbouwers kregen zij toegezonden, ze keken er naar door hun critische bril. Meestal dokterden zij er net zoo lang mee rond, tot ze aanvaard konden worden. De bemoeienissen der schoonheidscommissies beperken zich tot den voorgevel. Als die maar goed is, dan maakt het gemeentebestuur geen bezwaren tegen de leelijkheid achter die voorgevels. Wie de achtergevels kent in Amsterdam West of Zuid, zal dit beamen. Deze moderne stadsuitbreidingen blijken min of meer smaakvol verpakte

Sluiten