Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarnaast groeiden de woonbehoeften van den mensch. Hij begon eischen te stellen aan 't leven. Gevolg daarvan: steeds meerdere ruimten. Zoo groeide de menschelijke woning, zoo ontstonden alle gebouwen, die de wereld overdekken. Zij bevatten ruimten noodig voor 't menschelijk leven op zijn verschillende trappen.

Een huis is een gebouw, bevattend een complex van ruimten, noodig voor het leven van eiken dag.

Een kerk is een gebouw, bevattend een ruimte, tot uitdrukking brengend de hoogtepunten van het leven.

Een huis is, in verband met de bestemming van de ruimten, die het omsluit, van bescheiden karakter, wil het een goed huis zijn.

Een kerk daarentegen is gevolg van een ruimte met een verheven bestemming. Daaruit wordt het kerkgebouw waardig en heerschend in het dorps- of stadsbeeld. De woonhuizen staan in dienende verhouding tot het kerkgebouw, zijn dienende elementen in het stadsbeeld.

Tusschen woonhuis en kerk staan de gebouwen met een algemeen utilitair of militair karakter. In de middeleeuwsche stad bijv. het stadhuis, de gebouwen der gilden, de stadspoorten, de verdedigingspoorten. Ook zij beheerschen het stadsbeeld. Hun geestelijke befeekenis is echter geringer dan die van het kerkgebouw.

Bij bovenstaande korte uiteenzetting is wederom de gave middeleeuwsche stad als uitgangspunt genomen. Ik deed dit opzettelijk, omdat dit het stadsbeeld blijft, dat wij hier en daar nog gaaf bewonderen kunnen en omdat het moderne stadsbeeld nog niet tot een gaaf geheel uitgegroeid is. Wij missen er de fijnere onderscheidingen, die wij in het oude stadsbeeld verwezenlijkt vinden.

Het oude stadsbeeld kan ons echter ook voor de moderne stad de waardemeters leveren. Want het kan ons leeren, dat woonhuizen, vanuit het wezen der woonruimten, dienende elementen moeten zijn, ook in onzen tijd.

Het kan ons leeren, dat de gebouwen voor openbare doeleinden en bestuur belangrijke elementen zijn in het stadsbeeld.

Met de kerk wordt het moeilijker, vooral wanneer wij het begrip kerk te nauw opvatten en haar als gebouw al te zeer gebonden achten aan een bepaalde godsdienstige belijdenis. Dan zouden we kunnen zeggen, als we overal de onkerkelijk-

Sluiten