Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid zien toenemen: Nu, de kerk als heerschend element in 't stadsbeeld heeft afgedaan.

Maar we kunnen 'n kerk ook anders zien en wel als omsluiting van 'n ruimte, die de hoofdontroeringen der gemeenschap omvat en vertolkt. De kathedraal der middeleeuwen deed dit, zij vertolkte den eenigen algemeen christelijken godsdienst als geestelijk systeem, het leven in al zijn uitingen omspannend en heiligend. Dit vertolkend, steeg zij er echter door het genie der bouwers boven uit, in de meer universeele regionen, die het speciale domein der groote kunstenaars zijn. Elke kerk, wil zij aanspraak maken op dien naam, stijgt ver uit boven de erin beleden religie. Voor den erin geloovende het hoogste, kan elke religie toch nooit meer zijn dan één der aspecten der eenige en algemeene waarheid, die ongetwijfeld is achter leven en sterven, maar die door geen enkel geestelijk, zij het nog zoo eerbiedwaardig systeem, ook maar bij benadering kan worden omvat.

De weg naar die waarheid moeten wij leeren zien als trappensysteem met 'n aantal bordessen. Elke godsdienst is zoo n bordes, 'n Bepaalde aanleg kan het al klimmend brengen tot 'n bepaald bordes. Na veel moeite daar aangeland, kijkt de mensch naar beneden, duizelt bij het zien van het panorama beneden zich en zoo, naar beneden kijkend, zegt hij. dit bordes is wel het hoogste, dat de mensch bereiken kan; dit bordes, van waaruit mijn blik de wereld omvat.... En zoo is ook op dit terrein waar, dat de mensch een reactionnair is vanaf den dag, dat hij het hoogste bereikte, wat hij krachtens zijn aanleg bereiken kon. Hier begint ook de strijd der kerken, die elkaar zonder erbarmen hebben bestreden en andersgeloovigen hebben gemarteld en afgemaakt. Daarom is de geschiedenis der kerk niet de geschiedenis van t Christendom, zij is veel meer de geschiedenis van t Christendom, bedreigd door de kerken. Vanaf hun bordes en bereikt hebbend, wat zij bereiken konden, daaruit reactionnair, blikten zij naar beneden, naar de lager gelegen bordessen en naar de aarde, vaak met verachting. Alles wat boven hen was, vergaten zij. En boven hen was de eenigste, alomvattende, universeele waarheid, waarvan de theologen spraken, maar die zij schaadden vanuit een beperkt voorstellingsvermogen. De groote kunstenaar echter schouwt „God", d.i. het complex van krachten, dat ons leven vormt en leidt, vanuit zijn verwijd voorstellingsvermogen, dat zijn deel is, juist omdat hij kunstenaar is. Vanuit zijn visioenen,

Sluiten