Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klassenstrijd te kenschetsen als het complex van maatregelen, noodig om de arbeidersklasse tot beheerscheres der productie en tot draagster van de cultuur der toekomst te maken. Daarmee verwijden we den strijd der arbeidersklasse tot in het cultureele (waar zij toch wel in terecht zou komen). Maar 't lijkt mij in ons verband goed, dezen kant van den klassenstrijd wat meer in de „bewuste" sfeer te brengen en er het „automatische" aan te ontnemen. Want aan automaten hebben we niets op beide gebieden van den klassenstrijd. Menschen met 'n koel hoofd en 'n warm hart zijn nog altijd meer waard dan honderd lauwen, die alleen maar iets doen, omdat ze 't allemaal doen. Komt morgen een suggestieve vloedgolf, als bijv. de Hitlergolf in Duitschland, dan zijn deze lauwen de eerste meegesleepten, niet uit overtuiging, maar uit luiheid zich te verzetten. Maar bovenal door den klassenstrijd zoo te formuleeren, formuleeren wij de cultureele taak der arbeidersklasse klaar. Wij maken

haar bewust tot bouwer van een nieuwe wereld en tot

bouwer van de levenshouding, die met die nieuwe wereld

verband zal houden.

En al ligt nu het heden in 't verleden, in het nu wat worden zal en al zal dus de levenshouding van de toekomst de beste restanten bevatten van de levenshoudingen uit het verleden, toch zullen we kunnen spreken van een nieuw lied op een nieuwe wijs. Misschien nog nooit in de geschiedenis zullen zoo groote groepen menschen voortgeschreden zijn tot besef van de innerlijke waardigheid van den mensch als dan zal blijken het geval te zijn. Als wij de oude godsdiensten beschouwen als in vele opzichten nog barbaarsche interpretaties van een oneindig vertrouwen, dat over het graf heenreikt, dan zal de toekomst ons misschien een verwijd besef van dat oneindig vertrouwen brengen en vanuit dat besef zullen menschheid en mensch kunnen leven als nooit tevoren. En ze zullen er ook uit bouwen als nooit tevoren. Technisch kennen we nu al geen moeilijkheden, onze moeilijkheden zijn van geestelijken aard.

Wanneer stijl een technisch-geestelijke normalisatie beteekent, dan zijn wij op den technischen weg al zeer ver, een" zijdig ver. Ze werd juist zoo'n innerlijke bedreiging voor den mensch, omdat we de geestelijke zijde verwaarloosden en daarmee de innerlijke rechten van den mensch geweld aandeden. Hij werd verlengstuk van de machine in plaats van haar vorst.

Sluiten