Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De moderne architecten der nieuwe zakelijkheid verwachten den stijl der toekomst te uitsluitend langs den weg der stoffelijke normalisatie. Eigenlijk, zeggen zij, is deze stijl er al. Voor alle oude materialen hebben wij plaatsvervangers gekregen, wij zijn in staat alles anders te maken dan vroeger en de stijl van de toekomst zal een stijl blijken te zijn, in alles anders dan de voorgaande. Zij volgen de redenatie: een koe is een beest met vier pooten, een beest met vier pooten is dus een koe. Daarom zijn al hun gebouwen beesten met die vier pooten, stalen raam-, glas-, beton- en modern plaatmateriaal, daarom is hun taal zoo beperkt, 't Begrip van heerschend of dienend element wordt door hen practisch verwaarloosd. Een nieuw-zakelijke kerk onderscheidt zich maar weinig van bijv. een nieuw-zakelijke bakkerij. Aan een overdreven liefde voor 't technische paren zij een tekort aan besef van die innerlijke deiningen, waaruit alle groote kunstwerken ontsprongen en ontspringen zullen. Zij beschouwen die heele deiningen als 'n overwonnen standpunt. Zij zijn verliefd op de techniek en ontdekken in hun geliefde allerlei kwaliteiten, die de niet-verliefde er nooit in ontdekken

zou. _

De echte architect is als ruimtekunstenaar niet verliefd op de techniek, al haat hij haar niet. Hij heeft zijn hart verloren aan de ruimte. Techniek is voor hem dienaresse van de ruimte en dat is ze ten allen tijde geweest. Nieuwe architectuur ontstaat vanuit 'n nieuw ruimtelijk besef, verband houdend met 'n nieuwe maatschappij en 'n nieuwe levenshouding. Er is verband tusschen levenshouding en de innerlijke „houding" der bouwkunst. Wij kunnen dit leeren uit de bouwkunst van 't verleden.

De verticaal gerichte Gothische architectuur weerspiegelt het verticale, hemelwaarts gerichte verlangen van den middeleeuwer.

De groote vlakken van den Romaanschen stijl weerspiegelen de innerlijke rust, de gezonde vroomheid der vroege Christenen. Het schoone evenwicht tusschen horizontaal en verticaal weerspiegelt de innerlijke harmonie van den idealen Griek, het horizontalisme der Chineesche bouwkunst het berustend verwijlen, dat zijn oorsprong vindt bij Laotse. Zoo zijn de „richtingen" in alle bouwkunst in overeenstemming met de zielerichting, op haar beurt gevolg hiervan, dat de tijd op bepaalde krachten van het complex van krachten, dat ons leven vormt en leidt, een klemtoon legt.

Sluiten