Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als kind zette ik de dominosteenen van mijn grootmoeder achter elkaar op een rij. Vele architecten doen nu nog niet anders met ramen en deuren. Zij plegen bij zoo'n rij al van rhythme te spreken en denken: als je maar rijen maakt, dan ben je rhythmisch. . .. Neen, zoo eenvoudig is 't niet.

Maar als ik de dominosteenen van mijn grootmoeder zoo in een rij had staan, dan tikte ik tegen den eersten steen, die viel tegen den tweeden, deze tegen den derden en zoo maakten alle steenen een beweging, die in de beweging van den voorgaanden steen was voorondersteld. Eén beweging plantte zich voort door mijn rij en het geheel werd een bewegingsreeks. Ik wist niet, dat mijn behagen in dit spel een rythmisch behagen was en dat in heel eenvoudigen vorm het geheim der kunst voor mij stond.

De geschiedenis der bouwkunst wordt bijna altijd geschreven als de geschiedenis van bouwvormen. Op de meest grondige wijze worden ons alle inlichtingen verstrekt omtrent vorm en materiaal en de techniek van het bouwen. Maar één ding wordt ons nooit uiteengezet en wel: het ruimtelijk denken in een bepaalde periode, waarvan de bouwvormen gevolg zijn. Bijna nooit krijgen wij een beknopte samenvatting van de levensbeschouwing in een bepaalde periode met een schematische voorstelling van de wijze, waarop de ruimte op deze levensbeschouwing reageert. En toch is dat het eerst noodige, de basis, waarop wij rythmisch voort zouden kunnen denken en daardoor een klaar inzicht in de vormgeving van het gebouw winnen. Het is een der verdiensten van den Duitschen schrijver Prof. Brinckmann, dat hij in een boekje, Plastik und Raum, dii probleem heeft aangeroerd en enkele ruimtelijke schema's heeft gegeven. In alle perioden geeft men aan bepaalde opeenvolgingen van hoog en laag, breed en smal, licht en donker in gebouw en stadsbeeld de voorkeur. De innerlijke logica, het rythme van deze opeenvolging beteekent de kern van het stijlprobleem. Verder is kunst, zooals Walter Crane zegt, uiting van: een overschot aan levenskracht. Versiering in de bouwkunst heeft dezelfde beteekenis als de zwaaien, waarmede een goed schaatsenrijder zijn rit besluit. Deze zwaaien verschillen bij een hard- en een schoonrijder. Zoo is de rococo een echte schoonrijdersstijl, de Gothiek een hardrijdersstijl, die ook in haar versiering iets van het straffe der groote bewegingen bewaart.

Sluiten