Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het gebrul van een fluit een fabriek in of uit te rennen, tot hun vijf en zestigste jaar, als een crisis hen niet eerder op straat trapt. Als de jongeman twintig jaar is, gaat hij niet op rijkskosten naar een volkshoogeschool om zijn persoonlijkheid te ontplooien, maar naar de kazerne, waar lieden met sterretjes, daartoe opgeleid op militaire academies het laatste restje persoonlijkheid, wat hij heeft, in elkaar trachten te trappen en hem leeren hoe of hij door middel van een bajonet of handgranaat de persoonlijkheid van een jong mensch als hij zelf, voorgoed uit de wereld kan helpen. In 't leger schijnt echter scheiding in groepen van andersdenkenden niet noodig. Kinderen, die vanaf de bewaarschool gescheiden bleven, om Christus' wil, komen in de kazerne bij elkaar en door elkaar, om een handwerk te leeren, dat met alle Christendom in strijd is.

Maar wanneer wij tegen onze regeerders zouden zeggen: Breng de jeugd in volkshoogescholen bij elkaar, waar zij kunnen ontdekken, dat ook andersdenkenden menschen zijn, waar zij hun eigen wezen kunnen vinden, hun talenten, die bij ontplooiing hun leven zouden vullen, waardoor zij een zegen voor hun land zouden kunnen zijn, inplaats van schraal bezoldigde moordenaars, dan zou het heele stelletje academisch of halfacademisch geschoolde leidslieden, dat al de overbodige splitsingen in ons volksleven (die het volk zelf niet wil) op zijn geweten heeft, als één man overeind komen en ach en wee roepen over de groote geestelijke gevaren, die zij voor hun kudde vreezen.

En toch is deze geestelijke herbinding van ons volk noodig en het besef ervan leeft onder het volk. Hitier kon er op speculeeren. Het volk verwacht hulp van buitenaf, tegen zijn leidslieden, die het vreest en die het verdeelen in groepen, opjagen binnen steeds hoogere omwallingen en ook te samenklinken tot economische eenheden. Koopt niet bij andersdenkenden, mijdt het gezelschap van andersdenkenden, laat uw gebouwen niet ontwerpen door andersdenkende architecten. Gereformeerden hebben hun gereformeerde architecten. Roomschen hun Roomsche, enz. en alle groepen kunnen je haarfijn vertellen, waarom dat zoo moet. Wat mij betreft, ik vertrouw geen enkele van deze redeneeringen, maar alleen mijn oogen. En dan zie ik, dat 't resultaat zeer mager is, dat bijna geen land ter wereld zoo weinig volkskunst meer bezit als ons land, dat ook in de kerkenbouw van alle gezindten materialisme hoogtij viert en dat de gevolgen van 'n gesplitst volksleven cultureel

Sluiten